Geconsolideerde balans per 31 december 2020
Activa
Na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000
| Ref. | 31-12-2020 | 31-12-2019 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële vaste activa | 4.1 | 39.833 | 33.502 | ||
| Beleggingen | 4.2 | ||||
| Terreinen en gebouwen: | |||||
| - Voor eigen gebruik | 9.157 | 10.465 | |||
| - Overige terreinen en gebouwen | 683.858 | 920.065 | |||
| Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen | 14.533 | 34.508 | |||
| Overige financiële beleggingen: | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 2.307.181 | 2.353.376 | |||
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 1.700.252 | 1.737.784 | |||
| - Derivaten | 35.062 | 8.557 | |||
| - Vorderingen uit hypothecaire leningen | 226.598 | 258.873 | |||
| - Vorderingen uit andere leningen | 265.444 | 213.732 | |||
| - Vastgoedfondsen | 828.988 | 583.767 | |||
| - Infrastructuurfondsen | 435.522 | 282.277 | |||
| - Beleggingen in liquide middelen | 44.307 | 47.787 | |||
| - Andere financiële beleggingen | 9.216 | 9.062 | |||
| 6.560.118 | 6.460.253 | ||||
| Vorderingen | 4.3 | ||||
| Vorderingen uit directe verzekering | - | - | |||
| Overige vorderingen | 150.612 | 137.192 | |||
| 150.612 | 137.192 | ||||
| Overige activa | |||||
| Materiële vaste activa | 4.4 | 6.293 | 8.097 | ||
| Liquide middelen | 4.5 | 128.056 | 83.208 | ||
| 134.349 | 91.305 | ||||
| Overlopende activa | 4.6 | ||||
| Lopende rente en huur | 588 | 1.157 | |||
| Overlopende activa | 5.570 | 3.347 | |||
| 6.158 | 4.504 | ||||
| TOTAAL ACTIVA | 6.891.070 | 6.726.756 |
Passiva
Na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000
| Ref. | 31-12-2020 | 31-12-2019 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Groepsvermogen | 4.7 | 1.293.998 | 1.415.424 | ||
| Technische voorzieningen | 4.8 | ||||
| Bruto technische voorzieningen | 5.176.685 | 4.890.051 | |||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | -21.967 | -20.160 | |||
| 5.154.718 | 4.869.891 | ||||
| Voorzieningen | 4.9 | 264.720 | 290.562 | ||
| Depot van herverzekeraars | 4.10 | 16.179 | 15.039 | ||
| Schulden | 4.11 | ||||
| Schulden uit directe verzekering | 87.147 | 81.719 | |||
| Overige schulden | 60.533 | 31.018 | |||
| 147.680 | 112.737 | ||||
| Overlopende passiva | 4.12 | 13.775 | 23.103 | ||
| TOTAAL PASSIVA | 6.891.070 | 6.726.756 |
Geconsolideerde resultatenrekening over 2020
Technische rekening
Bedragen x € 1.000
| Ref. | 2020 | 2019 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Verdiende premies eigen rekening | 5.1 | ||||
| Brutopremies | 524.442 | 486.514 | |||
| Uitgaande herverzekeringspremies | -7.650 | -6.335 | |||
| 516.792 | 480.179 | ||||
| Beleggingsopbrengsten | 5.2 | ||||
| Opbrengsten uit deelnemingen | - | -13 | |||
| Opbrengsten uit beleggingen | 225.599 | 240.397 | |||
| Gerealiseerde winst op beleggingen | 476.564 | 238.833 | |||
| 702.163 | 479.217 | ||||
| Ongerealiseerde winst op beleggingen | 5.2 | - | 437.533 | ||
| Uitkeringen eigen rekening | 5.3 | ||||
| Bruto | -235.277 | -197.951 | |||
| Aandeel herverzekeraars | 3.688 | 3.180 | |||
| -231.589 | -194.771 | ||||
| Wijziging technische voorzieningen eigen rekening | 3.8 | ||||
| Bruto | -252.844 | 245.199 | |||
| Aandeel herverzekeraars | 1.806 | -1.856 | |||
| -251.038 | 243.343 | ||||
| Winstdelingen en kortingen | -42.994 | -42.323 | |||
| Bedrijfskosten | |||||
| Acquisitiekosten | 5.4 | -53.412 | -47.225 | ||
| Beheers-, personeelskosten en afschrijvingen | 5.5 | -73.915 | -78.475 | ||
| -127.327 | -125.700 | ||||
| Beleggingslasten | 5.2 | ||||
| Beheerskosten en rentelasten | -24.791 | -29.075 | |||
| Gerealiseerd verlies op beleggingen | -443.624 | -217.772 | |||
| -468.415 | -246.847 | ||||
| Ongerealiseerd verlies op beleggingen | 5.2 | -147.787 | - | ||
| Aan niet-technische rekening toegerekende opbrengst op beleggingen | -16.142 | -140.959 | |||
| Resultaat technische rekening | -66.337 | 402.986 |
Niet-technische rekening
Bedragen x € 1.000
| Ref. | 2020 | 2019 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat technische rekening | -66.337 | 402.986 | |||
| Toegerekende opbrengst uit beleggingen overgeboekt van technische rekening | 16.142 | 140.959 | |||
| Andere baten | 5.6 | 148 | 15 | ||
| Andere lasten | -5.877 | -20.861 | |||
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | -55.924 | 523.099 | |||
| Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening | 5.7 | -15.498 | -116.391 | ||
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen | -71.422 | 406.708 |
Toelichting op de geconsolideerde balans en resultatenrekening
1. Algemene toelichting
1.1. Activiteiten
De activiteiten van DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (‘DELA Natura’), statutair gevestigd in Eindhoven, Oude Stadsgracht 1, KvK-nummer 17078393, en haar groepsmaatschappijen (tezamen ‘DELA Natura Groep’) bestaan uit verzekeren en beleggen. De verzekeringsproducten betreffen uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen. De verzekeringsactiviteiten vinden plaats in Nederland, België en Duitsland. De beleggingsactiviteiten voor DELA Natura Groep worden in Nederland verricht.
1.2. Consolidatie
In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van DELA Natura, haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin DELA Natura overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.
De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100% in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.
Wanneer er sprake is van een belang in een joint venture dan wordt het desbetreffende belang proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking de zeggenschap door de twee aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgeoefend.
Intercompanytransacties, intercompanywinsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groeps-maatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van DELA Natura Groep.
Hieronder het organogram van de vennootschappen binnen DELA Natura Groep:
* Voor deze groepsmaatschappijen is door DELA Coöperatie U.A. een zogenaamde ‘403'-verklaring afgegeven.
De Nederlandse groepsmaatschappijen maken deel uit van de fiscale eenheid binnen de DELA Groep (DELA Coöperatie U.A. en haar groepsmaatschappijen) voor zowel de vennootschapsbelasting (VPB) als de omzetbelasting (OB).
In 2020 is Funérailles Warzée SA met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 gefuseerd met DELA Vastgoed België N.V.
1.3 Verbonden partijen
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van DELA Natura Groep en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. De overige groepsmaatschappijen binnen de groep van DELA Coöperatie U.A., waarvan DELA Natura Groep deel uitmaakt, worden ook als verbonden partijen aangemerkt.
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Inzake overlijdens die bij DELA Natura worden aangemeld, wordt de uitvoering verzorgd door zustermaatschappij DELA Uitvaartverzorging N.V. en haar dochtermaatschappijen. Deze uitvoering geschiedt tegen vaste verrekenprijzen. Tevens verhuurt DELA Natura Groep de crematoria en een ceremoniehuis aan DELA Uitvaartverzorging N.V. tegen een marktconforme huur. Daarnaast heeft DELA Natura een rekening courantverhouding met DELA Holding N.V.
1.4 Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen
Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen onderneming opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend in de betreffende onderneming.
De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs verschilt van het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva dan wordt het verschil als goodwill aangemerkt.
De maatschappijen die in de consolidatiekring betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen en indien de maatschappij slechts gehouden wordt om te vervreemden.
1.5 Kasstroomoverzicht
DELA Natura maakt gebruik van de vrijstelling in RJ 360. Deze stelt dat een (middel)grote rechtspersoon een kasstroomoverzicht moet opstellen, tenzij het kapitaal van de rechtspersoon direct of indirect volledig wordt verschaft door een andere rechtspersoon die een gelijkwaardig kasstroomoverzicht opstelt dat is opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening die in Nederland bij het handelsregister gedeponeerd wordt. De jaarrekening, met daarin het kasstroomoverzicht van DELA Coöperatie U.A. is verkrijgbaar via de Kamer van Koophandel.
1.6 Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de directie zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat de directie schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende posten. Deze schattingen zijn naar beste weten door de directie gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen.
De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:
- de waardering van beleggingen: onroerende zaken, vastgoedfondsen, infrastructuurfondsen en participatiemaatschappijen (zie ook hoofdstuk 4.2);
- de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen (zie ook hoofdstuk 2.12);
- de waardering van de niet-technische voorzieningen (zie ook hoofdstuk 2.13).
1.7 Impact COVID-19
Ook DELA Natura Groep heeft te maken met de gevolgen van de COVID-19 pandemie. Wat deze gevolgen zijn voor de operationele bedrijfsvoering, hoe de financiële resultaten worden beïnvloed, welke nieuwe risico’s zijn ontstaan, wat de impact is op de waardering en wat de gevolgen zijn voor de continuïteit zal achtereenvolgens worden toegelicht.
1.7.1 Operationele bedrijfsvoering
De dienstverlening gaat via online en telefoon gewoon door.
1.7.2 Impact op financiële resultaat
Het hogere sterftecijfer in 2020 zorgt voor hogere uitkeringen bij de uitvaartverzekering en de overlijdensrisicoverzekering. De sterftewinst was daardoor enigszins gedaald in vergelijking met vorige jaren. Het beleggingsresultaat zal ook zeker beïnvloed zijn door de wereldwijde gevolgen van COVID-19, echter in welke mate dit is geweest, is niet te duiden.
1.7.3 Risico’s als gevolg van COVID-19
- Thuiswerken is breder ingezet, maar binnen DELA Natura Groep was dit al een gebruikelijke manier van werken en daardoor heeft het grootschaliger inzetten hiervan niet geleid tot nieuwe risico’s op het gebied van IT.
- Doordat meer personeelsleden langdurig thuis zijn gaan werken, is er kans op fysieke en mentale klachten door de andere werksituatie. DELA Natura Groep draagt zorg voor geschikte werkplekken thuis en bewaakt het welzijn van haar medewerkers onder andere door een frequent belevingsonderzoek.
- Het risico dat de (financiële) continuïteit en kwaliteit van leveranciers onder druk komt te staan. Dit wordt bewaakt middels reguliere monitorprocessen.
- Het risico dat medewerkers in de thuissituatie meer verlof nemen dan dat ze verantwoorden (fraude). Beheersing hiervan is de verantwoordelijkheid van leidinggevende. In verband met welzijn wordt iedereen gestimuleerd ook verlof te nemen.
1.7.4 Impact op waardering
1.7.4.1 Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden niet beïnvloed door de gevolgen van COVID-19. De uitgevoerde impairments per 31 december 2020 laten zien dat er geen afboekingen aan de orde zijn. Uitzondering hierop betreft de afwaardering op softwaresystemen (€ 2,2 mln.) die echter een andere oorzaak kent dan COVID-19. Het schattingsrisico bij de waardebepaling van immateriële vaste activa wordt namelijk niet beïnvloed door de gevolgen van COVID-19. Dit omdat de schattingen met name betrekking hebben op het bepalen van toekomstige kasstromen van de operatie waar COVID-19 niet/zeer beperkt zorgt voor extra onzekerheid.
1.7.4.2 Vastgoed
De markt met betrekking tot de categorieën winkels en kantoren is ten opzichte van een jaar geleden minder courant waardoor het schattingsrisico stijgt. De waarderingen van deze categorieën zijn geraakt door de gevolgen van COVID-19 en hebben zich hiermee gevoelig getoond voor deze omstandigheden. DELA heeft de onroerend goedportefeuille volledig door een externe taxateur laten taxeren. De professionele externe taxatie is qua mate van diepgang van het onderzoek en de inhoud van het taxatierapport de meest uitgebreide vorm. De externe taxateur geeft aan dat de vastgoedmarkten op taxatiedatum grotendeels weer functioneren, met transactievolumes en ander relevant bewijs op niveaus waarop voldoende marktinformatie bestaat om schattingen over waarde te baseren. De externe taxateur heeft voldoende comfort bij de waardering waardoor een voorbehoud op de waardering niet nodig is geacht. Er is ook geen signaal afgeven door de externe taxateur dat de sensitiviteit van de waardering per eind 2020 hoger ligt dan voor de pandemie.
1.7.4.3 Infrastructuurfondsen
In de waardering van infrastructuurfondsen zijn de laatste maanden weinig fluctuaties te zien. Bij enkele fondsen zien we dat de waardering van vliegvelden en havens te lijden heeft onder de huidige economische omstandigheden. Deze fondsen hebben echter een groot palet aan verschillende infrastructuurbeleggingen waardoor ook beleggingen in de fondsen zijn opgenomen die juist profiteren van COVID-19. Het gaat hier om beleggingen in datacentra en telecom. Daarnaast wordt er nog actief kapitaal opgevraagd door de fondsmanagers. Dit is een aanwijzing dat er nog volop transacties plaatsvinden in infrastructuurbeleggingen. Dit geeft aan dat de markt courant is en het schattingsrisico op de waardering niet/zeer beperkt is toegenomen.
1.7.4.4 Vastgoedfondsen
Net als bij infrastructuurfondsen wordt bij vastgoedfondsen de laatste maanden veel kapitaal opgevraagd en voor de toekomst gepland. Dit duidt er op dat er nog volop transacties plaatsvinden in de markt. Dit geeft aan dat de markt courant is en het schattingsrisico op de waardering niet/zeer beperkt is toegenomen.
1.7.4.5 Technische voorziening
De voorziening is wat lager per eind 2020 doordat er als gevolg van hogere sterfte meer uitkeringen waren dan
verwacht. Door COVID-19 was er ook behoefte aan meer zekerheid bij consumenten, waardoor meer DCP-polissen werden opgenomen, maar dit was een kortstondige ontwikkeling van 2 maanden en het niveau van afkopen is weer hersteld naar een normaal niveau. Voor de toekomst is ingeschat dat de hogere sterfte als gevolg van COVID-19 tijdelijk van aard is. We verwachten geen structureel hogere of lagere sterfte. Er zijn door de ontwikkelingen geen nieuwe onzekerheden ontstaan voor deze post. Het niveau van schatting is daarom op deze post niet veranderd door de gevolgen van COVID-19.
1.7.5 Impact op continuïteit
De gevolgen van de COVID-19 pandemie brengen de continuïteit van DELA Natura Groep niet in gevaar. De Solvency II ratio staat per eind 2020 op 277% waar het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is vastgesteld op 150%. Dit geeft aan dat DELA geen solvabiliteitsprobleem heeft. Het operationeel resultaat is in 2020 negatief beïnvloed, maar zoals aangegeven worden deze gevolgen voor de langere termijn niet verwacht. Er bestaat ook geen risico ten aanzien van de liquiditeitspositie. Op de balans van staan per eind 2020 voor ruim € 2,3 miljard aan liquide beleggingen die in geval van nood direct kunnen worden aangewend.
1.8 Opmaken en vaststellen jaarrekening
De jaarrekening 2020 is opgemaakt door de directie en vastgesteld in de aandeelhoudersvergadering op 7 mei 2021. De jaarrekening 2019 is in aandeelhoudersvergadering op 17 april 2020 vastgesteld.
1.9 Vergelijkende cijfers
De vergelijkende cijfers van 2019 bevatten de cijfers uit de vastgestelde jaarrekening 2019. Ten opzichte van deze cijfers heeft een wijziging plaatsgevonden in het verloop van de geldleningen (paragraaf 4.11), in 2019 was abusievelijk een onjuist bedrag (€ 3.283) opgenomen. Dit is gecorrigeerd naar het juiste bedrag (€ 3.244).
2. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
2.1 Algemeen
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), inclusief de voor verzekeraars van toepassing zijnde RJ605. Alle bedragen luiden in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven.
De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, tenzij anders vermeld. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.
2.2 Vreemde valuta
2.2.1 Functionele valuta
De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van DELA Natura Groep.
2.2.2 Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.
2.3 Herverzekeringscontracten
Met herverzekeraars afgesloten contracten uit hoofde waarvan de Natura Groep wordt gecompenseerd voor uitkeringen op uitgegeven verzekeringscontracten, worden aangemerkt als gegeven herverzekeringscontracten.
Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Natura uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.
De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies voor herverzekeringscontracten.
De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.
2.4 Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen
worden de afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode herzien.
Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering, wordt verwezen naar paragraaf 2.8.
2.4.1 Concessies en vergunningen
Kosten van concessies en vergunningen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 20 jaar.
2.4.2 Goodwill
De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. De goodwill wordt lineair afgeschreven over de verwachte economische levensduur die jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor goodwill betreft 20 jaar.
2.4.3 Overgenomen verzekeringsportefeuilles
De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur van overgenomen verzekeringsportefeuilles is 20 jaar.
2.4.4 Software
De kosten van aanschaf, ontwikkeling en implementatie van zowel aangekochte als intern vervaardigde softwareapplicaties met een verwachte levensduur van minimaal 5 jaar worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de verwachte levensduur met een maximum van 10 jaar. Indien de kosten van aanschaf, ontwikkeling en implementatie van een softwareapplicaties lager zijn dan € 0,5 miljoen worden deze direct in de resultatenrekening verantwoord.
2.5 Beleggingen
2.5.1 Onroerende zaken
Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.
2.5.2 Deelnemingen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.
Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Natura in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden, uitgaande van de waarden bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.
Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.
2.5.3 Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren
Aandelen en converteerbare obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten.
Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van aandelen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten worden rechtstreeks in de resultatenrekening verwerkt.
2.5.4 Obligaties en andere vastrentende waardepapieren en vorderingen uit andere leningen
Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van de beurskoers per balansdatum. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van obligaties worden in de resultatenrekening verantwoord.
2.5.5 Vorderingen uit hypothecaire leningen
Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, wordt dit verlies verantwoord in de resultatenrekening.
2.5.6 Derivaten
Derivaten bestaande uit aandelenopties en valutatermijncontracten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Indien derivaten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.
2.5.7 Vorderingen uit andere leningen
De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.
Vorderingen uit andere leningen met een vastgestelde rente worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.
2.5.8 Infrastructuurfondsen
Participaties in infrastructuurfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
2.5.9 Vastgoedfondsen
Participaties in vastgoedfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
2.5.10 Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.
2.5.11 Andere financiële beleggingen
De andere financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.
2.5.12 Beleggingsresultaten
De items uit de resultatenrekening hieronder wormen samen de totale beleggingsresultaten.
2.5.12.1 Beleggingsopbrengsten
Onder beleggingsopbrengsten worden begrepen:
- huuropbrengsten uit beleggingen in onroerende zaken;
- dividenden uit deelnemingen;
- dividenden van aandelen;
- interest op beleggingen in vastrentende waarden;
- gerealiseerde winst bij verkoop van beleggingen.
Rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.
2.5.12.2 Ongerealiseerde resultaten op beleggingen
De ongerealiseerde resultaten zijn afkomstig uit waardeveranderingen van effecten en onroerende zaken.
2.5.12.3 Beheerskosten en rentelasten
Onder de beheerskosten en rentelasten vallen:
- beheerkosten van beleggingen in onroerende zaken;
- beheer- en bewaarkosten van aandelen en obligaties;
- rentelasten.
2.5.12.4 Gerealiseerd verlies op beleggingen
Gerealiseerde verliezen van financiële instrumenten die op marktwaarde gewaardeerd zijn, worden verwerkt in de resultatenrekening.
2.6 Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde.
Bij een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten onder aftrek van een eventuele voorziening wegens oninbaarheid.
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.
2.7 Materiële vaste activa
De materiële vaste activa (waaronder inventarissen en auto’s) zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. De afschrijving vindt lineair plaats, de afschrijvingstermijnen zijn als volgt:
- Inventaris: 10 jaar;
- Auto’s: 5 jaar;
- Laptops: 4 jaar.
2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Door DELA Natura Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de marktwaarde en de bedrijfswaarde.
Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.
Ook voor financiële instrumenten beoordeelt DELA Natura Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.
Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen aflossingswaarde, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waarderverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt in de resultatenrekening verwerkt. Een waardeverminderingverlies op goodwill zal in de toekomst niet meer worden teruggenomen.
2.9 Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
2.10 Overlopende activa
De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.
2.11 Discretionaire winstdeling
Winstdeling wordt actuarieel berekend en heeft een voorwaardelijk karakter. De verwerking van de discretionaire winstdeling vindt plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat DELA Natura Groep onder de technische voorzieningen voor discretionaire winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.
2.12 Technische voorzieningen
2.12.1 Algemeen
Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 4.8.1 toereikendheidstoets).
Hierna worden de grondslagen toegelicht die gebruikt worden voor de balanswaardering in de jaarrekening.
2.12.2 Uitvaartverzekeringen
Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefinterest) verdisconteerde waarde van de (op basis van tariefsterfte) verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstdeling) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.
Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2,75% interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest.
Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen de gebruikelijke interestvoeten en overlevingstafels ten tijde van de ingangsdata van de polissen., waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.
De technische voorziening voor uitvaartverzekeringen zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 2% interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.
2.12.3 Overlijdensrisicoverzekeringen
Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 3% interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.
De technische voorziening voor overlijdensrisicoverzekering zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3% interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals ten tijde van de introductie geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.
2.12.4 Spaarverzekeringen
Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.
2.12.5 Premies
De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten.
2.12.6 Acquisitiekosten
De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.
2.13 Voorzieningen
2.13.1 Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.
2.13.2 Pensioenvoorziening
2.13.2.1 Nederland
De pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen bestaat uit een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.
De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:
- werkgever betaalt maandelijks per werknemer een premie aan de uitvoerder;
- het pensioengevend loon is 14 maal het vaste maandsalaris (2020: maximaal € 110.111);
- de pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de wettelijk minimale franchise (€ 14.167);
- de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder is gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages uitgaande van een rekenrente van 2%;
- de eigen bijdrage van de werknemer is 4,5% van de pensioengrondslag;
- de regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.
Voor deelnemers is tevens een nabestaandenpensioen verzekerd ter grootte van 1,16% van pensioengrondslag maal het aantal dienstjaren vanaf deelname aan de pensioenregeling tot aan de pensioenrichtdatum. Bij arbeidsongeschiktheid is er sprake van premievrijstelling voor de deelnemers. Daarnaast is er een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verzekerd waarvan de hoogte van de uitkering afhangt van de mate arbeidsongeschiktheid.
Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door DELA Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
2.13.2.2 België
In België is sprake van een beschikbare premieregeling. Op het moment van pensionering heeft de deelnemer de keuze om het kapitaal eenmalig uit te laten betalen of om dit bedrag om te zetten in een periodieke pensioenuitkering. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:
- werkgever betaalt maandelijks een premie aan de uitvoerder;
- de premie bedraagt 4% van het referentieloon, verhoogd met 4,4% belasting;
- het referentieloon bedraagt 13,92 maal het bruto maandloon.
Er is tevens een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten waarbij de nabestaanden een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen.
2.13.2.3 Duitsland
In Duitsland worden de wettelijke pensioenpremies afgedragen middels de maandelijkse sociale verzekeringspremies. Er is geen aanvullend bedrijfspensioen.
2.13.2.4 Algemeen
Daarnaast neemt DELA Natura Groep een vordering op voor:
- toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioenfonds;
- overrente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komt voor DELA Natura Groep;
- voordelen van individuele waardeoverdrachten die ten gunste komen van DELA Natura Groep;
- aanvullende stortingen om de beleggingsmix te garanderen.
Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomsten wordt beoordeeld welke verplichtingen er op balansdatum bestaan naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor de Natura Groep en worden in de balans opgenomen in een voorziening.
De waardering van de verplichting is gebaseerd op contante waarde. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties.
Toevoegingen aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste van respectievelijk ten gunste het resultaat.
Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer:
- DELA Natura Groep beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering;
- het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt, zullen toekomen aan DELA Natura Groep;
- de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Ultimo 2020 zijn er voor DELA Natura Groep geen pensioenverplichtingen. Er is wel een vordering op SRLEV N.V. (Zwitserleven) waar de Nederlandse pensioenregeling is ondergebracht. In geval van een onderdekking heeft DELA Natura Groep de keuze om het beleggingsmandaat actief in stand te houden door een additionele garantiestorting te doen. Door de gedaalde rente zijn de garantiestortingen in 2020 tijdelijk opgelopen. Wanneer er geen sprake meer is van onderdekking vloeit de vordering weer terug naar DELA Natura Groep, dit is voornamelijk afhankelijk van de marktrente.
2.13.3 Voorziening jubilea
De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De voor de bepaling van de voorziening gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings-, arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als lange termijn beleggingsrendement is 0,8% (2019: 1,0%) aangehouden en voor de algemene salarisstijging 2,0% (2019: 2,0%) . De AG Generatietafel 2020 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 0,5% ultimo 2020 (2019: 0,8%).
2.13.4 Overige voorzieningen
De overige voorzieningen worden opgenomen tegen contante waarde.
2.13.5 Latente belastingverplichtingen
Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de waarderingsgrondslagen die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds en hebben voornamelijk betrekking op de fiscaal afwijkende waardering van onroerende zaken, geldleningen en effecten. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Zowel in Nederland als België bedraagt het belastingtarief 25% per eind 2020 en zijn er geen voorgenomen wijzigingen. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%.
Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij DELA Natura Groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.
Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op nominale waarde.
2.14 Schulden
Schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, welke bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden, worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.
2.15 Overlopende Passiva
De overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd.
2.16 Leasing
Bij DELA Natura Groep bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij DELA Natura Groep ligt. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de resultatenrekening over de looptijd van het contract.
2.17 Opbrengstverantwoording
2.17.1 Brutopremies
De brutopremies bestaan uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten.
De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten en verzekeringen met beperkte premiebetaling wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering.
2.17.2 Herverzekeringspremies
De herverzekeringspremies omvatten de premies uit hoofde van afgesloten herverzekeringscontracten. Deze worden naar evenredigheid van de looptijd van het contract als last opgenomen in de resultatenrekening.
2.18 Bedrijfskosten
2.18.1 Acquisitiekosten
Acquisitiekosten zijn de kosten die direct of indirect samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe en de verlenging van bestaande verzekeringscontracten. Onder acquisitiekosten wordt begrepen provisies, reclame- en andere verkoopkosten. Aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten worden geactiveerd. De geactiveerde acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. Het jaarlijks te activeren bedrag wordt gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden geactiveerd voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode.
Als onderdeel van de toereikendheidstoets vindt jaarlijks vindt een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de geactiveerde acquisitiekosten, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de geactiveerde kosten te kunnen dekken.
2.18.2 Beheerskosten
Beheerskosten zijn kosten niet zijnde acquisitiekosten, personeelskosten en afschrijvingen.
2.18.3 Personeelskosten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten.
2.18.4 Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
Immateriële en materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikname afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de bijzondere baten en lasten.
2.19 Andere baten en lasten
Onder de andere baten en lasten zijn de opbrengsten en kosten verantwoord die voortvloeien uit andere dan verzekerings- en beleggingsactiviteiten of een incidenteel karakter hebben.
2.20 Belastingen
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten.
Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
In 2020 is ondanks het verlies een te betalen belastingpositie opgenomen. Dit komt hoofdzakelijk doordat in Nederland de toekomstige tariefsverlagingen op de vennootschapsbelasting zijn teruggedraaid waardoor latente posities tegen een hoger tarief moeten worden opgenomen (extra last in 2020), in België gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet-fiscaal aftrekbaar zijn en dat in België de methode om de latente voorziening op de ongerealiseerde meerwaarde op de aandelen is aangepast (extra last in 2020). Afwijkingen van mindere omvang betreffen de deelnemingsvrijstelling en belastingen voorgaande jaren.
3. Risicoparagraaf
3.1 Solvabiliteitspositie
De solvabiliteitspositie van DELA Natura wordt op basis van het standaardmodel onder Solvency II bepaald. In de onderstaande figuur is de solvabiliteitsratio van de afgelopen afgelopen twee jaar weergegeven.
3.1.1 Ontwikkeling solvabiliteitspositie
De Solvency II-ratio is enigszins gedaald. De rente daalde opnieuw in 2020. Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat de gevoeligheid voor verdere daling van rente en inflatie is toegenomen. Om voorbereid te zijn op mogelijke verdere rentedalingen is met ingang van 2021 is de reikwijdte van de premiemaatregel vergroot. Bij rentedalingen tot -1% wordt een additionele premieverhoging aan onze polishouders gevraagd. Voorheen werd de eventuele premieverhoging gemaximeerd bij een rente van 0% of lager. Deze aanpassing is in januari 2021 met onze Algemene Vergadering gecommuniceerd en in de solvabiliteitspositie van ultimo 2020 verwerkt. De gedaalde rente beïnvloedde zowel het vereiste solvabiliteitskapitaal als het aanwezige vermogen. In de onderstaande paragrafen wordt de ontwikkeling in 2020 van beide grootheden nader toegelicht.
3.1.2 Ontwikkeling solvabiliteitskapitaalvereiste
De samenstelling van het kapitaalvereiste is in de onderstaande grafiek weergegeven.
Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s voor DELA Natura de grootste risico’s zijn.
In vergelijking tot de cijfers ultimo 2019 zijn zowel de marktrisico’s als de verzekeringstechnische risico’s toegenomen. Bij de verzekeringstechnische risico's komt dat door de toename van het vereiste kapitaal voor onnatuurlijk verval. Deze is significant gestegen doordat de premiemaatregel in waarde is gestegen als gevolg van de rentedaling in 2020 en de eerder genoemde aanpassing. Bij onnatuurlijk verval zegt namelijk een deel van de leden zijn of haar polis op en komt een deel van de premiemaatregel te vervallen, dat zorgt voor een hoger vereist kapitaal.
Bij marktrisico is het renterisico toegenomen en ook dat komt door de gedaalde rente c.q. de hogere waarde van de premiemaatregel. Bij een rentestijging verdwijnt een deel van deze waarde en daardoor is er meer kapitaal nodig voor renterisico.
De bovengenoemde stijgingen zijn versterkt doordat het verliescompenserend vermogen van de winstdeling is gedaald. Ook dit is een gevolg van de rentedaling in 2020, waardoor er minder kans is op winstdeling en daardoor is er verminderde mitigerende werking van deze winstdeling.
3.1.3 Ontwikkeling kernvermogen
Ook het kernvermogen nam toe. Dit komt door de rentedaling c.q. de aanpassing in de premiemaatregel die zorgde voor een afname van de beste estimate verplichtingen. Het rendement op beleggen zorgde voor een kleine plus in het kernvermogen na zware verliezen in de eerste helft van het jaar. De samenstelling van het kernvermogen is in de onderstaande grafiek weergegeven (bedragen in € miljoen).
3.2 Risicoprofiel
DELA staat bloot aan een groot palet van risico’s. In onderstaande figuur zijn de belangrijkste risicogebieden opgenomen waarbij een onderverdeling is gemaakt naar financiële, operationele, integriteits- en overige risico’s.
De kleur van de cirkel geeft een inschatting van het risico, rekening houdend met alle (risicomitigerende) maatregelen zoals die binnen DELA Natura aanwezig zijn. De risico’s in de groene cirkel kennen een laag resterend risico, in de gele cirkel een midden resterend risico en in de rode cirkel een hoog resterend risico. Het symbool achter de naam van het risico geeft aan of het resterende risico groter is geworden (driehoek met punt omhoog), gelijk is gebleven (cirkel) of is afgenomen (driehoek met punt omlaag) ten opzichte van het voorgaande jaar.
De verschillende risico’s alsmede relevante ontwikkelingen in 2020 worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.
3.2.1 Marktrisico's
Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen.
DELA Natura heeft het marktrisico in belangrijke mate gemitigeerd door haar winstdelingsregeling en premiemaatregel, maar ook door derivaten waarmee een deel van het valutarisico gemitigeerd wordt. DELA Natura hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid tevens het prudent person principe en elke drie jaar wordt een ALM-studie uitgevoerd om te toetsen of het beleggingsbeleid nog passend is.
In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het marktrisico, gekwantificeerd op basis van het standaardmodel gepresenteerd (bedragen in € miljoen).
De financiële markten waren in 2020 volatieler om verschillende redenen (o.a. COVID-19) dan in 2019 en de rente is verder gedaald. Deze externe omstandigheden hebben in ieder geval geleid tot een verhoging van de risico-inschatting voor het marktrisico.
De belangrijkste ontwikkelingen met een impact op het kapitaalvereiste voor marktrisico’s in 2020 was de gedaalde rente en in samenhang daarmee de gestegen waarde van de premiemaatregel. Daardoor is de samenstelling van het marktrisico significant gewijzigd.
3.2.2 Verzekeringstechnische risico's
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen zoals opgenomen in de premiestelling. DELA Natura mitigeert het verzekeringstechnisch risico o.a. winstdelingsregeling en de premiemaatregel maar ook door herverzekering, (medische) acceptatie en het continu aandacht hebben voor de kosten ontwikkeling.
DELA Natura staat alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille van DELA Natura bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland, België en Duitsland gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (rekenrente, kosten, overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuille is groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de resultaten beperkt.
Daarnaast voert DELA Natura in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van herverzekering om de volatiliteit van de resultaten te beperken.
Tot slot voert DELA Natura in Nederland een vermogensopbouwproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10% van de opgebouwde waarde.
In navolgende grafiek is de opbouw van het verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven (bedragen in € miljoen).
Zoals eerder genoemd is het onnatuurlijk verval toegenomen en ook hiervan is de rentedaling de oorzaak. De stijging wordt versterkt door het lagere verliescompenserend vermogen van de winstdeling. De daling van het kostenrisico wordt veroorzaakt doordat het structureel stijgen van de kosten in belangrijke mate wordt gecompenseerd door de lagere winstdeling en toename van de waarde van de premiemaatregel.
3.2.3 Kredietrisico
Kredietrisico (ook wel: tegenpartijkredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Dit betreft met name vorderingen inzake hypotheken, herverzekeraars, derivaten en overige vorderingen op debiteuren. Het kredietrisico met betrekking tot de hypothekenportefeuille is niet gestegen door de gevolgen van COVID-19. In 2020 hebben geen afboekingen op de portefeuille plaatsgevonden en is er geen stijging te zien van het aantal hypotheken dat een achterstand kent op de betaling. De hypothekenportefeuille bestaat voor 100% uit hypotheken met NHG.
3.2.4 Liquiditeitsrisico
Dit is het risico dat DELA Natura op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Het liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt. DELA Natura dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. DELA Natura maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Daarnaast heeft DELA Natura ook kredietfaciliteiten bij de custodian van de aandelen en obligaties.
3.2.5 Operationele risico's
Naast de financiële risico’s kent DELA Natura ook operationele risico’s. Dit zijn risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen of het niet voldoen aan wet- en regelgeving. Onderstaand wordt nader ingegaan op de belangrijkste operationele risicogebieden.
Dit risicodomein is binnen DELA Natura opgebouwd uit de volgende sub risico’s:
3.2.5.1 Interne en externe fraude
Verliezen als gevolg van handelingen waarbij tenminste één interne partij betrokken is en waarmee wordt beoogd te frauderen, eigendommen te verduisteren of wet- en regelgeving of het ondernemingsbeleid te ontduiken of te omzeilen, met uitzondering van gebeurtenissen voortvloeiend uit ongelijkheid of discriminatie danwel verliezen als gevolg van door een derde partij gestelde handelingen met de bedoeling te frauderen, eigendommen te verduisteren of de wet te ontduiken.
3.2.5.2 Werkomstandigheden en veiligheid
Verliezen als gevolgen van handelingen die niet in overeenstemming zijn met wetgeving of overeenkomsten op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid of veiligheid, als gevolg van de uitkering van schadevergoeding voor letsel, of als gevolg van gebeurtenissen in verband met ongelijkheid of discriminatie.
3.2.5.3 Fysieke activa
Verliezen als gevolg van verlies van of schade aan fysieke activa door natuurrampen of andere gebeurtenissen
3.2.5.4 Systeemfalen en procesmanagement
Verliezen als gevolg van een verstoring van bedrijfsactiviteiten of systeemfalen, respectievelijk verliezen als gevolg van falende transactieverwerking of procesbeheer of als gevolg van relaties met handelspartners en verkopers.
DELA Natura schat de inherente risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen ‘midden’ in. Deze inschatting bleef in 2020 ongewijzigd t.o.v. 2019. In 2020 zijn wel diverse verbeterinitiatieven opgestart die op beide vlakken betrekking hebben.
Operationele risico’s doen zich voor op alle niveaus binnen de organisatie. De beheersmaatregelen zijn derhalve ook vastgelegd in verschillende specifieke beleidsdocumenten, protocollen en procesbeschrijvingen. DELA Natura schat de inherente risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen ‘midden’ in. Deze inschatting bleef in 2020 ongewijzigd t.o.v. 2019 ondanks diverse verbeterinitiatieven die op beide vlakken plaatsvonden.
3.2.6 Integriteitsrisico's
Integriteitsrisico’s zijn het gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat als gevolg van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven. Binnen DELA Natura wordt dit risico in de basis gemonitord vanuit de compliance-functie op basis van de thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA Natura is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.
De thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse zijn:
3.2.6.1 Organisatie en medewerkers integriteit
Organisatie integriteit heeft betrekking op de integriteit van de organisatie. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld governance en uitbesteding. Medewerkers integriteit heeft betrekking op de integriteit van het bestuur, het interne toezichthoudende orgaan en de interne en externe medewerkers. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld pre-employmentscreeningen en vakbekwaamheid of belangenverstrengeling.
3.2.6.2 Klant-keten integriteit
Dit betreft zowel de integriteit van de klanten als het integere gedrag van de organisatie richting deze klanten. Daarnaast betreft het de integriteit van de keten waarin de onderneming opereert. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld zorgplicht en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering.
3.2.6.3 Markt integriteit
Dit betreft de integriteit van de (financiële) markt(en). Mededinging en marktmisbruik maken onderdeel uit van dit domein.
3.2.6.4 Integriteit verwerking persoonsgegevens
Dit betreft de integriteit van de data die binnen DELA Natura gebruikt worden (denk aan bewerking en beveiliging van persoonsgegevens)
Ten opzichte van vorig jaar is het algehele restrisico binnen het domein klant keten integriteit ten opzichte van vorig jaar licht afgenomen. Deze afname wordt onder meer veroorzaakt door verhoogde beheersing op het gebied van CDD (Customer Due Diligence) en afnemende activiteiten op het gebied van adviserende dienstverlening. Op het gebied van CDD worden ook in 2021 aanvullende stappen genomen. Voor de overige risicodomeinen is het algehele restrisico gelijk gebleven.
3.2.7 Risico’s welke geen onderdeel zijn van het standaardmodel
Naast de risico’s die in het standaardmodel mee worden genomen bij de vaststelling van de kapitaalvereisten zijn er nog verschillende andere risico’s die van belang zijn voor DELA Natura. In de onderstaande paragrafen worden deze nader toegelicht.
3.2.7.1 Strategische risico's
Dit zijn onzekerheden die een belemmering kunnen vormen voor de implementatie van de langetermijnstrategie. Deze risico’s kunnen de buitenlandse expansie of het handhaven van het businessmodel waarin het kunnen geven van winstdeling essentieel is, belemmeren. Deze risico’s worden vooral ondervangen door een gedegen strategieproces, begeleid door externe consultants, waarop de Raad van Commissarissen toezicht houdt. Bij de implementatie worden businesscases gehanteerd om de benodigde investeringen te toetsen en beheersbaar te houden. Daarnaast wordt in de jaarlijkse Own Risk and Solvency Assessment (ORSA) geanalyseerd welke risico’s een potentiële bedreiging vormen voor de continuïteit van DELA Natura. Indien nodig worden voorbereidende maatregelen getroffen of andere keuzes gemaakt. De belangrijkste randvoorwaarden en maatregelen zijn uitgewerkt in het kapitaalbeleid dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Het restrisico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullend kapitaal aangehouden hoeft te worden. In 2020 is het strategieproces gestart voor een nieuwe planperiode.
Als gevolg van externe omstandigheden, waaronder de belangrijkste de lage rente en de hieraan gekoppelde onzekerheden voor het businessmodel, is de risico inschatting voor dit risico wel verhoogd. Deze ontwikkelingen worden continu gemonitord en meegenomen in het lopende strategieproces.
3.2.7.2 Reputatierisico
Het reputatierisico is het risico op schade door reputatieverlies. Het reputatierisico wordt beheerst door het actief invulling geven aan reputatiemanagement, met als belangrijke pijler het incidentenmanagement. Hierbij worden mogelijke reputatierisico’s en de bijbehorende uitstralingseffecten tijdig geïdentificeerd en eventuele managementacties tijdig in gang gezet. Ook zijn de ondernemingscultuur en ‘tone at the top’ belangrijke pijlers om dit risico te mitigeren, ondersteund door opleidingsprogramma’s en de administratieve organisatie en interne beheersing. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA Natura is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.
3.2.7.3 Uitvaartkosteninflatierisico
Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. Hoewel dit inflatierisico het risico van de polishouders is, is dit risico toch van belang aangezien een stijging van de uitvaartkosten direct leidt tot een premiestijging. DELA Natura streeft naar een goede dienstverlening aan leden tegen een zo laag mogelijke premie. In de ORSA wordt hier dan ook specifiek aandacht aan besteed. DELA Natura heeft in enige mate invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar.
3.2.7.4 Klimaatrisico
Een risico dat steeds meer aandacht verdient, en krijgt, is het risico dat verbonden is aan klimaatwijzigingen. DELA Natura kan hier niet alleen direct mee geconfronteerd worden, maar ook indirect als gevolg van de blootstelling aan klimaatrisico’s van haar beleggingen. In 2020 hebben diverse analyses plaatsgevonden om dit risico nader in kaart te brengen en indien nodig stappen te zetten om dit risico zo veel als mogelijk te mitigeren. Dit onder andere door aanscherping van het beleid inzake maatschappelijk verantwoord beleggen.
3.2.7.5 Financiële verslaggevingsrisico
Daarnaast heeft DELA Natura te maken met het financiële verslaggevingsrisico. Dit is het risico dat de financiële en niet-financiële rapportages van de onderneming substantieel onjuiste of onvolledige informatie bevatten. Tevens betreft dit het risico dat interne en externe belanghebbenden niet tijdig kennis kunnen nemen van de rapportages. Dit risico wordt binnen DELA Natura onder andere beheerst door maatregelen en procedures die in verschillende beleidsdocumenten zijn vastgelegd.
4. Toelichting op de balans
4.1 Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa, verloop
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 33.502 | 34.570 | |||
| Investeringen | 10.164 | 7.963 | |||
| Desinvesteringen | - | - | |||
| Verwerving als gevolg van acquisities | 1.529 | - | |||
| Afschrijvingen | -5.362 | -9.031 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 39.833 | 33.502 |
Immateriële vaste activa, cumulatief
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Verkrijgingsprijzen | 107.568 | 95.875 | |||
| Cumulatieve waardemutaties en afschrijvingen | -67.735 | -62.373 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 39.833 | 33.502 |
Immateriële vaste activa, specificatie
Bedragen x € 1.000
| Goodwill | Overgenomen verzekeringsportefeuilles | Softwaresystemen | Overig | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari 2020 | 155 | 22.896 | 8.307 | 2.144 | 33.502 |
| Verwerving als gevolg van acquisities | |||||
| Investeringen | - | - | 10.164 | - | 10.164 |
| Desinvesteringen | - | - | - | - | - |
| Verwerving als gevolg van acquisities | 1.529 | - | - | - | 1.529 |
| Afwaarderingen | - | - | -2.240 | - | -2.240 |
| Afschrijvingen | - | - | -620 | - | -620 |
| Boekwaarde per 31 december 2020 | 1.684 | 22.896 | 15.611 | 2.144 | 42.335 |
In 2020 zijn een polisadministratiesysteem en een financieel administratiesysteem in ontwikkeling. De geactiveerde kosten betreffen kosten van zowel externe partijen als intern toegerekende personeelskosten met betrekking tot het aanschaffen, gereed maken voor gebruik, testen en implementeren van de applicaties. In 2020 is er € 6,2 miljoen geïnvesteerd in deze systemen. Ook heeft er een impairment plaatsgevonden op de geactiveerde kosten ultimo 2019 die heeft geleid tot een afboeking van € 2,2 miljoen.
4.2 Beleggingen
4.2.1 Terreinen en gebouwen
4.2.1.1 Voor eigen gebruik
Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik, verloop
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 10.465 | 7.747 | |||
| Investeringen | 4 | 3.262 | |||
| Desinvesteringen | -1.149 | - | |||
| Afschrijvingen | -163 | -509 | |||
| Herwaardering | - | -35 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 9.157 | 10.465 | |||
| Aanschafwaarde | 12.636 | 13.781 | |||
| Afwaarderingen | -579 | -579 | |||
| Cumulatieve afschrijvingen | -2.900 | -2.737 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 9.157 | 10.465 |
De desinvestering betreft de verkoop van het pand van DELA Vastgoed B.V., hierop is een positief resultaat van € 126 gerealiseerd.
4.2.1.2 Overige terreinen en gebouwen
Overige terreinen en gebouwen, verloop
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 920.065 | 1.238.138 | |||
| Investeringen | 11.130 | 31.773 | |||
| Verwerving als gevolg van acquisities | 12.249 | - | |||
| Desinvesteringen | -174.454 | -314.052 | |||
| Herwaardering | -85.132 | -35.794 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 683.858 | 920.065 |
Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen is in 2020 een deel van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen). De waardering van het vastgoed (excl. crematoria) dat ultimo 2020 nog in de portefeuille zit, is in 2020 met circa 15% in waarde gedaald. De markthuur daalde voor deze assets met ongeveer 10%. Ultimo 2019 bedroeg de totale waarde van deze portefeuille nog 16,2 keer de markthuur. Ultimo 2020 is dat nog 15,4 keer.
De verwerving als gevolg van acquisitie betreft de acquisitie van crematoria/uitvaartcentra. De desinvesteringen betreffen de afbouw van de directe vastgoedportefeuille in Nederland.
Overige terreinen en gebouwen, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Winkels (-/- milieuvoorziening) | 360.560 | 561.829 | |||
| Woningen | 44.000 | 66.083 | |||
| Crematoria en uitvaartcentra | 219.118 | 199.670 | |||
| Kantoren | 35.045 | 43.865 | |||
| Parkeren | 3.635 | 26.790 | |||
| Overige | 21.500 | 21.828 | |||
| Totaal | 683.858 | 920.065 |
De beleggingen in winkels bestaan hoofdzakelijk uit winkelpanden op A-1 locaties en winkelcentra verspreid over Nederland. De milieuvoorziening behorend bij de categorie winkels is als gevolg van verkopen niet meer van toepassing op de positie per einde boekjaar 2020.
Overige onroerende zaken hebben betrekking op DomusDela Vastgoed en DomusDela Klooster.
Van het onroerend goed per 31-12 2020 had € 6.372 betrekking op crematoria/uitvaartcentra in ontwikkeling.
Overige terreinen en gebouwen, bedragen in resultatenrekening
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 46.568 | 67.255 | |||
| Overige baten en lasten | -84.481 | -54.252 | |||
| Exploitatiekosten | 6.469 | 9.483 |
De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012. 74% van de contracten hebben een looptijd en worden automatisch verlengd, als er niet opgezegd wordt. 69% van de contracten met looptijd hebben een verlengingsregel van 5 jaar, overige hebben diverse looptijden (meestal 1 of 3 jaar). 26% van de contacten loopt voor onbepaalde tijd. Op ieder moment opzegbaar met inachtneming van een opzegtermijn van een jaar. Er zijn geen koopopties opgenomen in de contacten.
De overige baten en lasten bestaan hoofdzakelijk uit herwaarderingen van de onroerende zaken.
DELA heeft aangaande leegstand een beperkte omvang aan exploitatiekosten.
Contractuele verplichtingen vastgoed in ontwikkeling
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor nieuwbouw | 5.353 | - | |||
| Voor herontwikkeling | - | 1.864 | |||
| Totaal | 5.353 | 1.864 |
In de waardebepaling van onroerend zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerend goed toegelicht.
4.2.1.3 Waarderingsmethode van winkels, woningen, kantoren en parkeren
De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de “International Valuation Standards” en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode, de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie die ook door de externe deskundigen wordt verricht. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateur CBRE . De taxateur beschikt over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet ligt tussen de 2% en 7%, afhankelijk van de gehanteerde risico-opslag die per complex wordt vastgesteld. De Gross initial yield ligt tussen 4,2% en 15,9%. Indien er definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming is over de verkoop van een onroerende zaak wordt de onroerende zaak gewaardeerd tegen de overeengekomen koopsom.
4.2.1.4 Winkels
Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.
4.2.1.5 Woningen
Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.
4.2.1.6 Parkeergarages/-terreinen en kantoren
Voor parkeergarages/-terreinen en kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.
4.2.1.7 Crematoria
Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 8,5% en 9,5%. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.
De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.
Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.
4.2.1.8 Uitvaartcentra
De Belgische uitvaartcentra worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Deze actuele waarde is door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.
4.2.2 Beleggingen in groepsmaatschappen en deelnemingen
Dit betreft de rekening courantvordering op DELA Holding N.V. die in 2020 met € 20 miljoen is afgenomen.
4.2.3 Overige financiële beleggingen
Overige financiële beleggingen, verloop
Bedragen x € 1.000
| Eindstand 2019 | Aankopen | Verkopen en aflossingen | Overige mutaties | Eindstand 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 2.353.376 | 1.042.799 | -1.173.985 | 84.991 | 2.307.181 |
| Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 1.737.784 | 826.285 | -800.760 | -63.057 | 1.700.252 |
| Derivaten | 8.557 | 30.286 | -6.909 | 3.128 | 35.062 |
| Vorderingen uit hypothecaire leningen | 258.873 | 3.414 | -34.569 | -1.120 | 226.598 |
| Vorderingen uit andere leningen | 213.732 | 265.333 | -208.287 | -5.334 | 265.444 |
| Vastgoedfondsen | 586.831 | 235.841 | -1.211 | 7.527 | 828.988 |
| Infrastructuurfondsen | 278.019 | 177.788 | -11.433 | -8.852 | 435.522 |
| Beleggingen in liquide middelen | 48.981 | - | - | -4.674 | 44.307 |
| Andere financiële beleggingen | 9.062 | - | - | 154 | 9.216 |
| Totaal | 5.495.215 | 2.581.746 | -2.237.154 | 12.763 | 5.852.570 |
Overige financiële beleggingen, overige waarderingen
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | Balans- waarde |
Kostprijs | Markt- waarde |
||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 2.307.181 | 1.795.844 | 2.307.181 | ||
| Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 1.700.252 | 1.700.987 | 1.700.252 | ||
| Derivaten | 35.062 | - | 35.062 | ||
| Vorderingen uit hypothecaire leningen | 226.598 | 226.598 | 263.388 | ||
| Vorderingen uit andere leningen | 265.444 | 265.898 | 265.444 | ||
| Vastgoedfondsen | 828.988 | 759.810 | 828.988 | ||
| Infrastructuurfondsen | 435.522 | 441.495 | 435.522 | ||
| Beleggingen in liquide middelen | 44.307 | 44.307 | 44.307 | ||
| Andere financiële beleggingen | 9.216 | 8.550 | 9.216 | ||
| Totaal | 5.852.570 | 5.243.489 | 5.889.360 |
| 31-12-2019 | Balans- waarde |
Kostprijs | Markt- waarde |
||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 2.353.376 | 1.831.761 | 2.353.376 | ||
| Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 1.737.784 | 1.684.223 | 1.737.784 | ||
| Derivaten | 8.557 | 53.472 | 8.557 | ||
| Vorderingen uit hypothecaire leningen | 258.873 | 258.873 | 300.096 | ||
| Vorderingen uit andere leningen | 213.732 | 212.628 | 213.732 | ||
| Vastgoedfondsen | 586.831 | 510.616 | 586.831 | ||
| Infrastructuurfondsen | 282.277 | 272.677 | 282.277 | ||
| Beleggingen in liquide middelen | 44.723 | 44.723 | 44.723 | ||
| Andere financiële beleggingen | 9.062 | 8.551 | 9.062 | ||
| Totaal | 5.495.215 | 4.877.524 | 5.536.438 |
4.2.4 Aandelen, obligaties en overige waardepapieren
Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd.
De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid, De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 6,8. De verplichtingen hebben een gemiddelde modified duration van 34,8.
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren, geografische verdeling
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Azië-Pacific | 37,4% | 35,5% | |||
| Europa | 30,2% | 30,6% | |||
| Noord-Amerika | 30,2% | 29,9% | |||
| Latijns-Amerika | 1,4% | 3,2% | |||
| Midden-Oosten | 0,9% | 0,8% | |||
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Niet-afgedekte valutaposities
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Amerikaanse dollar | 704.212 | 632.956 | |||
| Hong Kong dollar | 181.984 | 169.028 | |||
| Engelse pond | 103.437 | 110.845 | |||
| Zuid-Koreaanse won | 92.631 | 80.638 | |||
| Nieuwe Taiwanese dollar | 57.420 | 35.470 | |||
| Braziliaanse real | 54.250 | 74.156 | |||
| Zweedse kroon | 49.196 | 26.969 | |||
| Zuid-Afrikaanse rand | 39.289 | 34.077 | |||
| Canadese dollar | 35.420 | 47.365 | |||
| Chinese Yuan | 35.401 | 18.603 | |||
| Indiase roepie | 32.251 | 23.136 | |||
| Indonesische rupiah | 31.749 | 39.164 | |||
| Deense kroon | 26.821 | 21.739 | |||
| Overig | 182.349 | 425.744 | |||
| Totaal | 1.626.410 | 1.739.890 |
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren, verdeling naar sectoren
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Informatie Technologie | 17,8% | 13,8% | |||
| Luxe consumentengoederen | 15,5% | 12,7% | |||
| Financiële instellingen | 14,8% | 19,2% | |||
| Industrie | 10,6% | 9,9% | |||
| Gezondheidszorg | 10,0% | 9,0% | |||
| Communicatiediensten | 8,2% | 8,4% | |||
| Consumptiegoederen | 7,6% | 8,6% | |||
| Grondstoffen | 6,9% | 6,5% | |||
| Vastgoed | 3,3% | 3,6% | |||
| Energie | 2,8% | 5,3% | |||
| Nutsbedrijven | 2,6% | 3,0% | |||
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 14,6% | 13,3% | |||
| AA | 8,3% | 8,1% | |||
| A | 9,3% | 12,2% | |||
| BBB | 23,2% | 22,9% | |||
| < BBB | 29,8% | 39,8% | |||
| Overige | 14,8% | 3,7% | |||
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
De vastrentende waardepapieren bestaan uit de obligaties, overige vastrentende waardepapieren en de vorderingen uit andere leningen.
Per 31-12-2020 kent € 3,5 mln. van de vorderingen uit andere leningen een vaste rentepercentage.
Voor 1 lening (groot € 3,5 mln.) binnen de vorderingen uit andere leningen is een zekerheid verworven middels pandrecht op alle uitstaande aandelen van de betreffende tegenpartij en een borgstelling ter hoogte van € 0,5 mln.
4.2.5 Derivaten
Eind 2020 is besloten om het risico op een waardedaling van de aandelenportefeuille van meer dan 20% niet meer af te dekken met putopties. Alle putopties zijn per eind 2020 afgewikkeld c.q. verkocht.
De reële waarde van de valutatermijncontracten is afhankelijk van het type instrument en wordt gebaseerd op een contante-waardemodel.
Derivaten, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Valutatermijncontracten | 35.062 | -3.504 | |||
| Putopties (ten behoeve van tail risk hedge) | - | 12.061 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 35.062 | 8.557 |
4.2.6 Vastgoedfondsen
De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een bij voorkeur externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Natura Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.
4.2.7 Infrastructuurfondsen
De infrastructuurfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de infrastructuurfondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de infrastructuurfondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen worden de lokale boekhoudstandaarden gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een bij voorkeur externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Natura Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.
4.2.8 Andere financiële beleggingen
De andere financiële beleggingen hebben betrekking op belangen in participatiemaatschappijen. De marktwaarde is gebaseerd op de DCF-methode.
4.2.9 Securities lending
DELA Natura Groep leent aandelen en obligaties uit (securities lending). Om het risico voor DELA te beperken dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:
- alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
- Onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
- de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102% te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
- aandelen op onze engagement lijst worden niet uitgeleend.
De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2020 bedraagt € 212,8 mln. (2019: € 148,5 mln.).
4.3 Vorderingen
4.3.1 Vorderingen uit directe verzekeringen
Door de omvang en spreiding van de bedrijfsactiviteiten van DELA Natura Groep is het kredietrisico uit hoofde van vorderingen uit directe verzekeringen slechts in beperkte mate geconcentreerd. Naast de gebruikelijke voorziening voor dubieuze vorderingen op tussenpersonen is derhalve geen aanvullende voorziening voor kredietrisico gevormd.
4.3.2 Overige vorderingen
Overige vorderingen, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Latente belastingvorderingen | 55.146 | 56.896 | |||
| Vennootschapsbelasting | 420 | 4.362 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 12.761 | 19.245 | |||
| Debiteuren | 282 | 887 | |||
| Overige vorderingen | 82.003 | 55.802 | |||
| Totaal | 150.612 | 137.192 |
De overige vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar met uitzondering van de latente belastingvorderingen. De stijging van de overige vorderingen heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van panden door DELA Vastgoed B.V. waarvan de afrekening nog plaats dient te vinden.
4.3.3 Latente belastingvorderingen
Latente belastingvorderingen, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Inzake andere fiscale waardering van: | |||||
| - eerste kosten | 27.926 | 22.336 | |||
| - verliesverrekening voorgaande jaren | 13.960 | 16.965 | |||
| - effecten | 10.320 | 13.047 | |||
| - onroerende zaken | 2.015 | 3.790 | |||
| - immateriële activa | 684 | 588 | |||
| - overig | 241 | 170 | |||
| Totaal | 55.146 | 56.896 |
Van de totale latente belastingvorderingen wordt naar verwachting € 46.380 binnen één jaar verrekend.
4.4 Materiële vaste activa
Materiële vaste activa, verloop
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 8.097 | 7.488 | |||
| Investeringen | 438 | 2.819 | |||
| Desinvesteringen | -400 | -160 | |||
| Afschrijvingen | -1.842 | -2.050 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 6.293 | 8.097 |
Op de desinvesteringen is geen resultaat gerealiseerd.
4.5 Liquide middelen
De liquide middelen bestaan hoofdzakelijk uit banktegoeden en staan ter vrije beschikking.
4.6. Overlopende activa
De overlopende activa zijn gestegen ten opzichte van 2019 met name door hogere vooruitbetaalde bedragen op het gebied van IT.
4.7 Groepsvermogen
Groepsvermogen, verloop
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 1.415.424 | 1.009.115 | |||
| Resultaat na belastingen | -71.422 | 406.708 | |||
| Uitgekeerd dividend | -50.000 | - | |||
| Overige waardemutaties | -4 | -399 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 1.293.998 | 1.415.424 |
4.8 Technische voorzieningen
Technische voorzieningen, verloop
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 4.869.891 | 4.584.184 | |||
| Mutaties ten bate / laste van de resultatenrekening | |||||
| - Uit premie | 397.501 | 367.215 | |||
| - Interest | 145.924 | 137.163 | |||
| - Winstdeling | 43.228 | 42.315 | |||
| - Uitkeringen | -147.491 | -128.542 | |||
| - Deelpremie voor overlijden | -135.873 | -124.653 | |||
| - Onttrekking voor kosten | -8.107 | -7.416 | |||
| - Correctie voorgaande jaren | 1.928 | - | |||
| - Overige mutaties | -1.152 | 274 | |||
| - Geactiveerde acquisitiekosten | -11.131 | -649 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 5.154.718 | 4.869.891 |
De totale technische voorziening wordt als langlopend beschouwd.
Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Natura Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen.
De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen, waarbij rekening gehouden wordt met marktspecifieke veronderstellingen en het kostenniveau van de verzekeraar.
Technische voorzieningen, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | Jaarpremie | Verzekerd kapitaal | Opgebouwd saldo | Voorziening verzekerings-verplichtingen | Aantal verzekerden |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitvaartverzekering | 420.468 | 21.415.347 | - | 4.866.442 | 2.964.079 |
| Spaarverzekering | 37.062 | 359.098 | 326.453 | 326.453 | 47.463 |
| Overlijdensrisicoverzekering | 49.588 | 36.066.955 | - | 67.707 | 293.375 |
| Herverzekering | - | - | - | -21.967 | |
| Overrentedeling | - | - | - | 140 | |
| Geactiveerde acquisitiekosten | - | - | - | -84.056 | |
| Totaal | 507.118 | 57.841.400 | 326.453 | 5.154.718 | 3.304.917 |
| 31-12-2019 | Jaarpremie | Verzekerd kapitaal | Opgebouwd saldo | Voorziening verzekerings-verplichtingen | Aantal verzekerden |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitvaartverzekering | 386.750 | 20.416.312 | - | 4.642.582 | 2.921.439 |
| Spaarverzekering | 34.118 | 287.542 | 261.402 | 261.402 | 42.743 |
| Overlijdensrisicoverzekering | 38.194 | 29.211.185 | - | 54.458 | 290.897 |
| Herverzekering | - | - | - | -20.160 | |
| Overrentedeling | - | - | - | 4.535 | |
| Geactiveerde acquisitiekosten | - | - | - | -72.926 | |
| Totaal | 459.062 | 49.915.039 | 261.402 | 4.869.891 | 3.255.079 |
De toename van het verzekerd kapitaal van overlijdensrisicoverzekeringen komt voort uit de groeiende portefeuille in Duitsland.
Geactiveerde acquisitiekosten, verloop
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 72.926 | 72.277 | |||
| Activering | 23.096 | 18.635 | |||
| Afgeschreven | -11.966 | -17.986 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 84.056 | 72.926 |
Activering van acquisitiekosten heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland. Voor de Nederlandse verzekeringsportefeuille vindt alleen nog afschrijving plaats op betaalde provisie voor 1 januari 2013. In 2019 heeft er een extra afschrijving plaatsgevonden van de Belgische geactiveerde provisiekosten ter grootte van € 9.299. In Duitsland zijn de provisiekosten gestegen door een groeiende verzekeringsportefeuille.
4.8.1 Toereikendheidstoets
De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen is de winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.
Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de geactiveerde acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op geactiveerde acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.
| Disconteringsvoet | Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2020. |
|---|---|
| Winstdeling | Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210%. Indien de dekkingsgraad 120% of lager is dan is er geen winstdeling. Tussen 120% en 210% is de winstdeling naar evenredigheid. |
| Premiemaatregel | Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1% en als de dekkingsgraad lager is dan 120%, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van -1% (2019: bij 0%). |
| Verwachte sterfte | Gebaseerd op de meest recente prognosetafel van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland en prognosetafel van het Instituut van de Actuarissen in België voor België, gecorrigeerd met leeftijdscorrecties waar nodig. |
| Onnatuurlijk verval | Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille. |
| Kosten | Kosten per dekking, inclusief de beleggingskosten behorende tot de technische voorziening. De kosten per dekking zijn bepaald op basis van de begroting 2021 voor zowel Nederland als België |
| Garanties | Reële waarde. |
Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoetsen op marktwaarde een overwaarde van € 1.156 miljoen (2019: € 321 miljoen) zien. De overwaarde is gestegen ten opzichte van 2019 als gevolg van aanpassing van het renteniveau waarbij de premieverhoging uit hoofde van de premiemaatregel haar maximale waarde bereikt (zie veronderstelling premiemaatregel hierboven). De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd. Daarbij is ingeschat dat de hogere sterfte als gevolg van COVID-19 tijdelijk van aard is, we verwachten geen structureel hogere of lagere sterfte. De impact op toereikendheidstoets is daarom niet significant.
4.9 Voorzieningen
Voorzieningen, verloop
Bedragen x € 1.000
| Boekwaarde 31-12-2019 | Dotatie | Onttrokken | Overige waardemutaties | Boekwaarde 31-12-2020 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening latente belastingen | 289.883 | 34.284 | -79.326 | 19.108 | 263.949 |
| Voorziening pensioenen | 5 | - | -5 | - | - |
| Voorziening ambtsjubilea | 674 | 97 | - | - | 771 |
| Totaal | 290.562 | 34.381 | -79.331 | 19.108 | 264.720 |
De voorzieningen hebben overwegend een langlopend karakter. De overige waardemutatie bij de voorziening latente belastingen betreft hoofdzakelijk het terugdraaien van de toekomstige tariefsverlaging van de vennootschapsbelasting.
Voorziening latente belastingen, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Inzake andere fiscale waardering van: | |||||
| - onroerende zaken | 100.068 | 160.724 | |||
| - eerste kosten België | 13.681 | 13.094 | |||
| - effecten | 145.962 | 114.780 | |||
| - overig | 4.238 | 1.285 | |||
| Totaal | 263.949 | 289.883 |
4.10 Depot van herverzekeraars
De herverzekeraars zijn verplicht het herverzekerd belang in contanten bij de verzekeraars van DELA Natura Groep te deponeren. Over het depot wordt een rente vergoed van 4,5% per jaar (2019: 4,5%).
Depot herverzekeraars, verloop
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 15.039 | 13.927 | |||
| Stortingen | 1.140 | 1.112 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 16.179 | 15.039 |
4.11 Schulden
Schulden uit directe verzekering ontstaan wanneer polishouders premie vooruitbetalen.
Bij de aanwezige schulden is geen sprake van (dis)agio waardoor de geamortiseerde kostprijs gelijk is aan de nominale waarde.
Overige schulden, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Crediteuren | 7.942 | 8.455 | |||
| Vennootschapsbelasting | 33.805 | 11.428 | |||
| Waarborgsommen | 556 | 947 | |||
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 4.025 | 441 | |||
| Te betalen BTW | 1.255 | 1.508 | |||
| Te betalen belastingen en sociale premies | 1.907 | 2.076 | |||
| Geldleningen | 8.061 | 3.244 | |||
| Overige | 2.982 | 2.919 | |||
| Totaal | 60.533 | 31.018 |
Geldleningen, verloop
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 3.244 | - | |||
| Verwervingen | 5.000 | 3.244 | |||
| Aflossingen | -183 | - | |||
| Boekwaarde per 31 december | 8.061 | 3.244 |
Van de geldleningen heeft € 780 een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 7.145 een looptijd langer dan 5 jaar. De verwerving betreft het bouwdepot van DomusDELA Vastgoed B.V.
4.12 Overlopende passiva
Overlopende passiva, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 31-12-2020 | 31-12-2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vooruitontvangen huren | 1.479 | 2.869 | |||
| Nog te betalen overige schulden | 7.605 | 15.647 | |||
| Te betalen vakantiedagen | 1.266 | 1.029 | |||
| Te betalen vakantiegeld | 2.082 | 2.006 | |||
| Te betalen variabele beloning | 1.343 | 1.525 | |||
| Derivaten | - | 27 | |||
| Totaal | 13.775 | 23.103 |
4.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
4.13.1 Aansprakelijkheidsstelling
Door DELA Coöperatie U.A. is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW.
4.13.2 Garantiestelling terrorisme
Uit hoofde van het deelnemen in de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,0 mln. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.
4.13.3 (Meerjarige) financiële verplichtingen
Financiële verplichtingen, gesplitst naar looptijd
Bedragen x € 1.000
| Korter dan één jaar | Tussen één en vijf jaar | Langer dan vijf jaar | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurverplichtingen | 1.301 | 5.114 | 7.707 | ||
| Leaseverplichtingen | 533 | 903 | - |
4.13.4 Kredietfaciliteiten
DELA Natura Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 35 miljoen of 10% van de waarde van de effecten die in bewaring liggen van de kredietverstrekker. Het onderpand bestaat uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage bedraagt het EONIA-rentetarief plus een opslag van 1,25%.
4.13.5 Investeringsverplichting
DELA Natura Groep is met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 720 miljoen en $ 328 miljoen (per balansdatum omgerekend € 269 miljoen) te investeren in vastgoedfondsen. Ultimo 2020 zijn de resterende investeringsverplichtingen €78 miljoen en $221 miljoen (per balansdatum omgerekend € 181 miljoen).
Daarnaast is DELA Natura Groep met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 250 miljoen en $ 449 miljoen (per balansdatum omgerekend € 368 miljoen) te investeren in infrastructuurfondsen. Ultimo 2020 zijn de resterende investeringsverplichtingen €64 miljoen en $167 miljoen (per balansdatum omgerekend € 137 miljoen).
4.13.6 Toekomstige contractuele huurinkomsten
DELA Natura Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.
Toekomstige contractuele huurinkomsten, gesplitst naar looptijd
Bedragen x € 1.000
| Korter dan één jaar | Tussen één en vijf jaar | Langer dan vijf jaar | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 36.691 | 94.880 | 115.446 |
4.13.7 Fiscale eenheid
De Nederlandse entiteiten binnen DELA Natura Groep maken deel uit van een Nederlandse fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB). Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde
belastingen.
4.14 gebeurtenissen na balansdatum
Er hebben zich geen noemenswaardige gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.
5. Toelichting op de resultatenrekening
5.1 Verdiende premies
Van de totale brutopremies in 2020 bestaat € 11,4 miljoen uit koopsommen (2019: € 9,5 miljoen).
5.2 Beleggingsresultaten
De beleggingsresultaten bestaan uit de volgende items van de resultatenrekening:
5.2.1 Specificatie beleggingsresultaten
Specificatie beleggingsresultaten
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Beleggingsopbrengsten | 702.163 | 479.217 | |||
| Ongerealiseerde winst op beleggingen | - | 437.533 | |||
| Gerealiseerd verlies op beleggingen | -443.624 | -217.772 | |||
| Ongerealiseerd verlies op beleggingen | -147.787 | - | |||
| Beheerskosten en rentelasten | -24.791 | -29.075 | |||
| Totaal | 85.961 | 669.903 |
5.2.2 Gerealiseerde en ongerealiseerde beleggingsresultaten, specificatie
Gerealiseerde en ongerealiseerde beleggingsresultaten, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 2020 | Gerealiseerde winst | Gerealiseerd verlies | Ongerealiseerd resultaat | Beheerskosten en rentelasten | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen (a) | - | - | - | - | - |
| Terreinen en gebouwen (b) | 54.692 | - | -86.636 | 9.116 | -41.060 |
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 320.122 | 175.888 | -10.213 | 7.848 | 126.173 |
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 140.572 | 91.883 | -52.150 | 4.935 | -8.396 |
| - Derivaten | 124.994 | 169.122 | 8.307 | 780 | -36.601 |
| - Vorderingen uit hypothecaire leningen | 9.090 | - | - | 650 | 8.440 |
| - Vorderingen uit andere leningen | 12.076 | 6.099 | -2.314 | 987 | 2.676 |
| - Vastgoedfondsen | 20.314 | - | 10.590 | -344 | 31.248 |
| - Infrastructuurfondsen | 18.474 | 386 | -15.526 | -680 | 3.242 |
| - Andere financiële beleggingen | 1.829 | 246 | 155 | 1.499 | 239 |
| 647.471 | 443.624 | -61.151 | 15.675 | 127.021 | |
| Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 702.163 | 443.624 | -147.787 | 24.791 | 85.961 |
| 2019 | Gerealiseerde winst | Gerealiseerd verlies | Ongerealiseerd resultaat | Beheerskosten en rentelasten | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen (a) | -13 | - | - | 0 | -13 |
| Terreinen en gebouwen (b) | 67.566 | - | -36.381 | 12.742 | 18.443 |
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 213.193 | 82.048 | 415.623 | 5.830 | 540.938 |
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 130.315 | 57.442 | 128.883 | 5.244 | 196.512 |
| - Derivaten | 31.786 | 75.355 | -109.612 | 524 | -153.705 |
| - Vorderingen uit hypothecaire leningen | 9.495 | - | - | 784 | 8.711 |
| - Vorderingen uit andere leningen | 8.524 | 1.635 | 3.446 | 788 | 9.547 |
| - Vastgoedfondsen | 12.184 | 22 | 26.303 | 609 | 37.856 |
| - Infrastructuurfondsen | 4.978 | 1.190 | 8.654 | 809 | 11.633 |
| - Andere financiële beleggingen | 1.189 | 80 | 617 | 1.745 | -19 |
| 411.664 | 217.772 | 473.914 | 16.333 | 651.473 | |
| Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 479.217 | 217.772 | 437.533 | 29.075 | 669.903 |
Ongerealiseerde resultaten geven de wijzigingen van de marktwaarde in het boekjaar weer van de beleggingen (inclusief valuta-effecten) die op balansdatum in bezit zijn. Alle overige beleggingsopbrengsten worden toegerekend aan de gerealiseerde beleggingsopbrengsten.
5.2.3 Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie
Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie
| 2020 | Direct | Indirect | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen (a) | - | - | - | ||
| Terreinen en gebouwen (b) | 38.927 | -79.987 | -41.060 | ||
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 41.945 | 84.228 | 126.173 | ||
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 58.253 | -66.649 | -8.396 | ||
| - Derivaten | -780 | -35.821 | -36.601 | ||
| - Vorderingen uit hypothecaire leningen | 8.440 | - | 8.440 | ||
| - Vorderingen uit andere leningen | 9.266 | -6.590 | 2.676 | ||
| - Vastgoedfondsen | 20.276 | 10.972 | 31.248 | ||
| - Infrastructuurfondsen | 18.778 | -15.536 | 3.242 | ||
| - Andere financiële beleggingen | 370 | -131 | 239 | ||
| 156.548 | -29.527 | 127.021 | |||
| Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 195.475 | -109.514 | 85.961 |
| 2019 | Direct | Indirect | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Deelnemingen (a) | -13 | 0 | -13 | ||
| Terreinen en gebouwen (b) | 54.556 | -36.113 | 18.443 | ||
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 58.685 | 482.253 | 540.938 | ||
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 68.346 | 128.166 | 196.512 | ||
| - Derivaten | -524 | -153.181 | -153.705 | ||
| - Vorderingen uit hypothecaire leningen | 8.711 | - | 8.711 | ||
| - Vorderingen uit andere leningen | 6.202 | 3.345 | 9.547 | ||
| - Vastgoedfondsen | 11.553 | 26.303 | 37.856 | ||
| - Infrastructuurfondsen | 4.114 | 7.519 | 11.633 | ||
| - Andere financiële beleggingen | -589 | 570 | -19 | ||
| 156.498 | 494.975 | 651.473 | |||
| Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 211.054 | 458.862 | 669.916 |
Onder directe beleggingsresultaten worden alle ontvangen rente, huur- en dividendopbrengsten verstaan minus alle beleggingskosten. Alle resultaten, zowel gerealiseerd als niet-gerealiseerd, die ontstaan als gevolg van marktwaardemutaties worden toegerekend aan de indirecte beleggingsopbrengsten.
5.3 Uitkeringen eigen rekening
Uitkeringen eigen rekening, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Uitkering bij overlijden | 20.741 | 17.356 | |||
| Uitvaartkosten | 125.452 | 106.797 | |||
| Expiratie | 1.633 | 2.035 | |||
| Uitkering pensioenverzekeringen | 12 | 44 | |||
| Kapitaaluitkeringen | 64.418 | 53.255 | |||
| Uitkeringen royementen | 271 | 305 | |||
| Afkopen | 22.750 | 18.159 | |||
| Bruto uitkeringen | 235.277 | 197.951 | |||
| Herverzekerde uitkering bij overlijden | -3.625 | -3.086 | |||
| Herverzekerde expiratie | 1 | -32 | |||
| Herverzekerde afkopen | -64 | -62 | |||
| Herverzekerde uitkeringen | -3.688 | -3.180 | |||
| Uitkeringen eigen rekening | 231.589 | 194.771 |
De stijging van de uitkeringen ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door meer overlijdens mede als gevolg van corona.
5.4 Acquisitiekosten
Acquisitiekosten, specifatie
Acquisitiekosten, specifatie
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Toegerekende acquisitiekosten personeel | 17.077 | 12.954 | |||
| Toegerekende acquisitiekosten overig | 23.308 | 22.399 | |||
| Directe acquisitiekosten | 24.157 | 19.983 | |||
| Geactiveerde acquisitiekosten | -23.096 | -18.635 | |||
| Afschrijving acquisitiekosten | 11.966 | 10.524 | |||
| Totaal | 53.412 | 47.225 |
De toegerekende acquisitiekosten personeel en overig betreft indirecte acquisitiekosten die worden bepaald op basis van interne kostenmodellen. De stijging van de geactiveerde acquisitiekosten wordt veroorzaakt door een toename van de productie in Duitsland.
5.5 Beheers-, personeelskosten en afschrijvingen
Beheers-, personeelskosten en afschrijvingen, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gebouw- en inventariskosten | 2.348 | 3.518 | |||
| Autokosten | 1.022 | 1.076 | |||
| IT-kosten | 20.857 | 21.480 | |||
| Diensten door derden | 9.053 | 5.550 | |||
| Kantoorkosten | 6.011 | 5.354 | |||
| Doorbelastingen | -16.752 | -16.860 | |||
| Salariskosten | 16.267 | 18.430 | |||
| Sociale lasten | 4.874 | 5.014 | |||
| Pensioenlasten | 6.098 | 4.699 | |||
| Kosten uitbesteed werk | 23.851 | 28.011 | |||
| Overige personeelskosten | 4.525 | 4.484 | |||
| Reclamekosten | 18.791 | 19.723 | |||
| Gereclassificeerd naar acquisitiekosten | -23.308 | -22.399 | |||
| Overige kosten | 278 | 395 | |||
| Totaal | 73.915 | 78.475 |
5.6 Andere baten en lasten
De andere baten betreft de teruggaaf van het pro rata gedeelte van de btw.
Andere lasten, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijving immateriële vaste activa | 2.330 | 8.777 | |||
| Pensioenlasten inactieven | 15 | 154 | |||
| Overige lasten | 3.532 | 11.930 | |||
| Totaal | 5.877 | 20.861 |
De afschrijving op immateriële vaste activa is lager doordat in 2019 een impairment heeft plaatsgevonden op de overgenomen verzekeringsportefeuille van Lilas in België. De overige lasten zijn lager doordat in 2019 een extra afschrijving op de acquisitiekosten heeft plaatsgevonden.
5.7 Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
Vennootschapsbelasting, specificatie
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Verschuldigde vennootschapsbelasting verslagjaar | 40.589 | 7.518 | |||
| Voorgaande jaren | -288 | -707 | |||
| Acute vennootschapsbelasting | 40.301 | 6.811 | |||
| Latente vennootschapbelasting | -24.803 | 109.580 | |||
| Totaal | 15.498 | 116.391 |
Het toepasselijke belastingtarief is gebaseerd op het nominale belastingtarief dat voor zowel Nederland als België 25% bedraagt.
Vennootschapsbelasting, toelichting
Bedragen x € 1.000
| 2020 | 2019 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | -55.924 | 523.099 | |||
| Nominaal belastingpercentage | 25% | 25% | |||
| Nominaal belastingbedrag | -13.981 | 130.775 | |||
| Vennootschapsbelasting voorgaande jaren | -288 | -707 | |||
| Fiscale afwijkingen | 29.767 | -13.677 | |||
| Totaal | 15.498 | 116.391 |
De effectieve belastingdruk wijkt af van het nominale tarief. Dit komt hoofdzakelijk doordat in Nederland de toekomstige tariefsverlagingen op de vennootschapsbelasting zijn teruggedraaid waardoor latente posities tegen een hoger tarief moeten worden opgenomen (extra last in 2020). In België zijn gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet fiscaal aftrekbaar en is de methode om de latente voorziening op de ongerealiseerde meerwaarde op de aandelen is aangepast (extra last in 2020). Afwijkingen van mindere omvang betreffen de deelnemingsvrijstelling en belastingen voorgaande jaren. Dit alles zorgt voor een negatief effectief belastingtarief over 2020 van 27,7% (2019: 22,3%).
5.8 Beloning directie en commissarissen
De bezoldiging van de directieleden kent een vaste en een variabele component. De directieleden ontvangen geen representatievergoeding noch aandelen of opties, echter de variabele beloning wordt voor 60% onvoorwaardelijk uitgekeerd en voor 40% voorwaardelijk. Beide delen worden volledig in contanten uitgekeerd. De retentieperiode voor het voorwaardelijke deel bedraagt drie jaar. De bezoldiging van directieleden in het boekjaar bedroeg aan vaste beloning € 523 (2019: € 510), aan uitgekeerde variabele beloning € 80 (2019: € 90) en aan bijdrage pensioenen € 102 (2019: € 82).
De bezoldiging van de commissarissen (van DELA Coöperatie U.A., DELA Holding N.V. en DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. gezamenlijk) in het boekjaar bedroeg € 234 (2019: € 279).
5.9 Accountantshonoraria
DELA Natura Groep maakt gebruik van de vrijstelling op grond van artikel 2:382a lid 3 BW waardoor zij de honoraria niet hoeft op te geven.
5.10 Gemiddeld aantal medewerkers
Gedurende 2020 had DELA Natura Groep gemiddeld 582 (2019: 573) werknemers in dienst, waarvan 107 in België (2019: 110) en 21 in Duitsland (2019: 15).
5.11 Claims
Bij of door DELA Natura Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.
Eindhoven, 7 mei 2021
DELA Natura- en levensverzekeringen N.V.
De directie |
De raad van commissarissen |
| J.L.R. van Dijk RA | J.W.T. van der Steen, voorzitter |
| drs. M.R. de Jong | prof. dr. J.J.A. Leenaars RA, vicevoorzitter |
| Ir. J.A.M. van der Putten MMO | drs. J.P. de Pender, secretaris |
| DELA Holding N.V. | drs. W. A. P. J. Caderius van Veen RA |
| mr. drs. G.H.C. de Méris RA FCA | |