Spring naar inhoud

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde balans per 31 december 2020

Activa

Na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000

  Ref.   31-12-2020   31-12-2019
           
Immateriële vaste activa 4.1   39.833    33.502 
           
Beleggingen 4.2        
Terreinen en gebouwen:          
- Voor eigen gebruik   9.157    10.465   
- Overige terreinen en gebouwen   683.858    920.065   
Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen   14.533    34.508   
Overige financiële beleggingen:          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren   2.307.181    2.353.376   
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren   1.700.252    1.737.784   
- Derivaten   35.062    8.557   
- Vorderingen uit hypothecaire leningen   226.598    258.873   
- Vorderingen uit andere leningen   265.444    213.732   
- Vastgoedfondsen   828.988    583.767   
- Infrastructuurfondsen   435.522    282.277   
- Beleggingen in liquide middelen   44.307    47.787   
- Andere financiële beleggingen   9.216    9.062   
      6.560.118    6.460.253 
Vorderingen 4.3        
Vorderingen uit directe verzekering      
Overige vorderingen   150.612    137.192   
      150.612    137.192 
Overige activa          
Materiële vaste activa 4.4 6.293    8.097   
Liquide middelen 4.5 128.056    83.208   
      134.349    91.305 
Overlopende activa 4.6        
Lopende rente en huur   588    1.157   
Overlopende activa   5.570    3.347   
      6.158    4.504 
       
TOTAAL ACTIVA     6.891.070    6.726.756 

Passiva

Na resultaatbestemming, bedragen x € 1.000

  Ref.   31-12-2020   31-12-2019
           
Groepsvermogen 4.7   1.293.998    1.415.424 
           
Technische voorzieningen 4.8        
Bruto technische voorzieningen   5.176.685    4.890.051   
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen   -21.967    -20.160   
      5.154.718    4.869.891 
           
Voorzieningen 4.9   264.720    290.562 
           
Depot van herverzekeraars 4.10   16.179    15.039 
           
Schulden 4.11        
Schulden uit directe verzekering   87.147    81.719   
Overige schulden   60.533    31.018   
      147.680    112.737 
           
Overlopende passiva 4.12   13.775    23.103 
       
TOTAAL PASSIVA     6.891.070    6.726.756 

Geconsolideerde resultatenrekening over 2020

Technische rekening

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2020   2019
           
Verdiende premies eigen rekening 5.1        
Brutopremies   524.442    486.514   
Uitgaande herverzekeringspremies   -7.650    -6.335   
      516.792    480.179 
Beleggingsopbrengsten 5.2        
Opbrengsten uit deelnemingen     -13   
Opbrengsten uit beleggingen   225.599    240.397   
Gerealiseerde winst op beleggingen   476.564    238.833   
      702.163    479.217 
           
Ongerealiseerde winst op beleggingen 5.2     437.533 
           
Uitkeringen eigen rekening 5.3        
Bruto   -235.277    -197.951   
Aandeel herverzekeraars   3.688    3.180   
      -231.589    -194.771 
Wijziging technische voorzieningen eigen rekening 3.8        
Bruto   -252.844    245.199   
Aandeel herverzekeraars   1.806    -1.856   
      -251.038    243.343 
           
Winstdelingen en kortingen     -42.994    -42.323 
           
Bedrijfskosten          
Acquisitiekosten 5.4 -53.412    -47.225   
Beheers-, personeelskosten en afschrijvingen 5.5 -73.915    -78.475   
      -127.327    -125.700 
           
Beleggingslasten 5.2        
Beheerskosten en rentelasten   -24.791    -29.075   
Gerealiseerd verlies op beleggingen   -443.624    -217.772   
      -468.415    -246.847 
           
Ongerealiseerd verlies op beleggingen 5.2   -147.787   
           
Aan niet-technische rekening toegerekende opbrengst op beleggingen     -16.142    -140.959 
           
Resultaat technische rekening     -66.337    402.986 

Niet-technische rekening

Bedragen x € 1.000

  Ref.   2020   2019
           
Resultaat technische rekening     -66.337    402.986 
           
Toegerekende opbrengst uit beleggingen overgeboekt van technische rekening     16.142    140.959 
           
Andere baten 5.6   148    15 
           
Andere lasten     -5.877    -20.861 
           
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen     -55.924    523.099 
           
Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening 5.7   -15.498    -116.391 
           
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen     -71.422    406.708 

Toelichting op de geconsolideerde balans en resultatenrekening

1. Algemene toelichting

1.1. Activiteiten

De activiteiten van DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (‘DELA Natura’), statutair gevestigd in Eindhoven, Oude Stadsgracht 1, KvK-nummer 17078393, en haar groepsmaatschappijen (tezamen ‘DELA Natura Groep’) bestaan uit verzekeren en beleggen. De verzekeringsproducten betreffen uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen. De verzekeringsactiviteiten vinden plaats in Nederland, België en Duitsland. De beleggingsactiviteiten voor DELA Natura Groep worden in Nederland verricht.

1.2. Consolidatie

In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van DELA Natura, haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin DELA Natura overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.

De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100% in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.

Wanneer er sprake is van een belang in een joint venture dan wordt het desbetreffende belang proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking de zeggenschap door de twee aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgeoefend.

Intercompanytransacties, intercompanywinsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groeps-maatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van DELA Natura Groep.

Hieronder het organogram van de vennootschappen binnen DELA Natura Groep:

* Voor deze groepsmaatschappijen is door DELA Coöperatie U.A. een zogenaamde ‘403'-verklaring afgegeven.

De Nederlandse groepsmaatschappijen maken deel uit van de fiscale eenheid binnen de DELA Groep (DELA Coöperatie U.A. en haar groepsmaatschappijen) voor zowel de vennootschapsbelasting (VPB) als de omzetbelasting (OB).

In 2020 is Funérailles Warzée SA met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 gefuseerd met DELA Vastgoed België N.V.

1.3 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van DELA Natura Groep en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. De overige groepsmaatschappijen binnen de groep van DELA Coöperatie U.A., waarvan DELA Natura Groep deel uitmaakt, worden ook als verbonden partijen aangemerkt.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. Inzake overlijdens die bij DELA Natura worden aangemeld, wordt de uitvoering verzorgd door zustermaatschappij DELA Uitvaartverzorging N.V. en haar dochtermaatschappijen. Deze uitvoering geschiedt tegen vaste verrekenprijzen. Tevens verhuurt DELA Natura Groep de crematoria en een ceremoniehuis aan DELA Uitvaartverzorging N.V. tegen een marktconforme huur. Daarnaast heeft DELA Natura een rekening courantverhouding met DELA Holding N.V.

1.4 Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen

Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen onderneming opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend in de betreffende onderneming.

De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs verschilt van het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva dan wordt het verschil als goodwill aangemerkt.

De maatschappijen die in de consolidatiekring betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen en indien de maatschappij slechts gehouden wordt om te vervreemden.

1.5 Kasstroomoverzicht

DELA Natura maakt gebruik van de vrijstelling in RJ 360. Deze stelt dat een (middel)grote rechtspersoon een kasstroomoverzicht moet opstellen, tenzij het kapitaal van de rechtspersoon direct of indirect volledig wordt verschaft door een andere rechtspersoon die een gelijkwaardig kasstroomoverzicht opstelt dat is opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening die in Nederland bij het handelsregister gedeponeerd wordt. De jaarrekening, met daarin het kasstroomoverzicht van DELA Coöperatie U.A. is verkrijgbaar via de Kamer van Koophandel.

1.6 Schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de directie zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat de directie schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende posten. Deze schattingen zijn naar beste weten door de directie gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen.

De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:

  • de waardering van beleggingen: onroerende zaken, vastgoedfondsen, infrastructuurfondsen en participatiemaatschappijen (zie ook hoofdstuk 4.2);
  • de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen (zie ook hoofdstuk 2.12);
  • de waardering van de niet-technische voorzieningen (zie ook hoofdstuk 2.13).

1.7 Impact COVID-19

Ook DELA Natura Groep heeft te maken met de gevolgen van de COVID-19 pandemie. Wat deze gevolgen zijn voor de operationele bedrijfsvoering, hoe de financiële resultaten worden beïnvloed, welke nieuwe risico’s zijn ontstaan, wat de impact is op de waardering en wat de gevolgen zijn voor de continuïteit zal achtereenvolgens worden toegelicht.

1.7.1 Operationele bedrijfsvoering

De dienstverlening gaat via online en telefoon gewoon door.

1.7.2 Impact op financiële resultaat

Het hogere sterftecijfer in 2020 zorgt voor hogere uitkeringen bij de uitvaartverzekering en de overlijdensrisicoverzekering. De sterftewinst was daardoor enigszins gedaald in vergelijking met vorige jaren. Het beleggingsresultaat zal ook zeker beïnvloed zijn door de wereldwijde gevolgen van COVID-19, echter in welke mate dit is geweest, is niet te duiden.

1.7.3 Risico’s als gevolg van COVID-19
  • Thuiswerken is breder ingezet, maar binnen DELA Natura Groep was dit al een gebruikelijke manier van werken en daardoor heeft het grootschaliger inzetten hiervan niet geleid tot nieuwe risico’s op het gebied van IT.
  • Doordat meer personeelsleden langdurig thuis zijn gaan werken, is er kans op fysieke en mentale klachten door de andere werksituatie. DELA Natura Groep draagt zorg voor geschikte werkplekken thuis en bewaakt het welzijn van haar medewerkers onder andere door een frequent belevingsonderzoek.
  • Het risico dat de (financiële) continuïteit en kwaliteit van leveranciers onder druk komt te staan. Dit wordt bewaakt middels reguliere monitorprocessen.
  • Het risico dat medewerkers in de thuissituatie meer verlof nemen dan dat ze verantwoorden (fraude). Beheersing hiervan is de verantwoordelijkheid van leidinggevende. In verband met welzijn wordt iedereen gestimuleerd ook verlof te nemen.
1.7.4 Impact op waardering

1.7.4.1 Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden niet beïnvloed door de gevolgen van COVID-19. De uitgevoerde impairments per 31 december 2020 laten zien dat er geen afboekingen aan de orde zijn. Uitzondering hierop betreft de afwaardering op softwaresystemen (€ 2,2 mln.) die echter een andere oorzaak kent dan COVID-19. Het schattingsrisico bij de waardebepaling van immateriële vaste activa wordt namelijk niet beïnvloed door de gevolgen van COVID-19. Dit omdat de schattingen met name betrekking hebben op het bepalen van toekomstige kasstromen van de operatie waar COVID-19 niet/zeer beperkt zorgt voor extra onzekerheid.

1.7.4.2 Vastgoed
De markt met betrekking tot de categorieën winkels en kantoren is ten opzichte van een jaar geleden minder courant waardoor het schattingsrisico stijgt. De waarderingen van deze categorieën zijn geraakt door de gevolgen van COVID-19 en hebben zich hiermee gevoelig getoond voor deze omstandigheden. DELA heeft de onroerend goedportefeuille volledig door een externe taxateur laten taxeren. De professionele externe taxatie is qua mate van diepgang van het onderzoek en de inhoud van het taxatierapport de meest uitgebreide vorm. De externe taxateur geeft aan dat de vastgoedmarkten op taxatiedatum grotendeels weer functioneren, met transactievolumes en ander relevant bewijs op niveaus waarop voldoende marktinformatie bestaat om schattingen over waarde te baseren. De externe taxateur heeft voldoende comfort bij de waardering waardoor een voorbehoud op de waardering niet nodig is geacht. Er is ook geen signaal afgeven door de externe taxateur dat de sensitiviteit van de waardering per eind 2020 hoger ligt dan voor de pandemie.

1.7.4.3 Infrastructuurfondsen
In de waardering van infrastructuurfondsen zijn de laatste maanden weinig fluctuaties te zien. Bij enkele fondsen zien we dat de waardering van vliegvelden en havens te lijden heeft onder de huidige economische omstandigheden. Deze fondsen hebben echter een groot palet aan verschillende infrastructuurbeleggingen waardoor ook beleggingen in de fondsen zijn opgenomen die juist profiteren van COVID-19. Het gaat hier om beleggingen in datacentra en telecom. Daarnaast wordt er nog actief kapitaal opgevraagd door de fondsmanagers. Dit is een aanwijzing dat er nog volop transacties plaatsvinden in infrastructuurbeleggingen. Dit geeft aan dat de markt courant is en het schattingsrisico op de waardering niet/zeer beperkt is toegenomen.

1.7.4.4 Vastgoedfondsen
Net als bij infrastructuurfondsen wordt bij vastgoedfondsen de laatste maanden veel kapitaal opgevraagd en voor de toekomst gepland. Dit duidt er op dat er nog volop transacties plaatsvinden in de markt. Dit geeft aan dat de markt courant is en het schattingsrisico op de waardering niet/zeer beperkt is toegenomen.

1.7.4.5 Technische voorziening
De voorziening is wat lager per eind 2020 doordat er als gevolg van hogere sterfte meer uitkeringen waren dan
verwacht. Door COVID-19 was er ook behoefte aan meer zekerheid bij consumenten, waardoor meer DCP-polissen werden opgenomen, maar dit was een kortstondige ontwikkeling van 2 maanden en het niveau van afkopen is weer hersteld naar een normaal niveau. Voor de toekomst is ingeschat dat de hogere sterfte als gevolg van COVID-19 tijdelijk van aard is. We verwachten geen structureel hogere of lagere sterfte. Er zijn door de ontwikkelingen geen nieuwe onzekerheden ontstaan voor deze post. Het niveau van schatting is daarom op deze post niet veranderd door de gevolgen van COVID-19. 

1.7.5 Impact op continuïteit

De gevolgen van de COVID-19 pandemie brengen de continuïteit van DELA Natura Groep niet in gevaar. De Solvency II ratio staat per eind 2020 op 277% waar het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is vastgesteld op 150%. Dit geeft aan dat DELA geen solvabiliteitsprobleem heeft. Het operationeel resultaat is in 2020 negatief beïnvloed, maar zoals aangegeven worden deze gevolgen voor de langere termijn niet verwacht. Er bestaat ook geen risico ten aanzien van de liquiditeitspositie. Op de balans van staan per eind 2020 voor ruim € 2,3 miljard aan liquide beleggingen die in geval van nood direct kunnen worden aangewend.

1.8 Opmaken en vaststellen jaarrekening

De jaarrekening 2020 is opgemaakt door de directie en vastgesteld in de aandeelhoudersvergadering op 7 mei 2021. De jaarrekening 2019 is in aandeelhoudersvergadering op 17 april 2020 vastgesteld.

1.9 Vergelijkende cijfers

De vergelijkende cijfers van 2019 bevatten de cijfers uit de vastgestelde jaarrekening 2019. Ten opzichte van deze cijfers heeft een wijziging plaatsgevonden in het verloop van de geldleningen (paragraaf 4.11), in 2019 was abusievelijk een onjuist bedrag (€ 3.283) opgenomen. Dit is gecorrigeerd naar het juiste bedrag (€ 3.244).

2. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

2.1 Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), inclusief de voor verzekeraars van toepassing zijnde RJ605. Alle bedragen luiden in duizenden euro’s, tenzij anders is aangegeven.

De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, tenzij anders vermeld. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

2.2 Vreemde valuta

2.2.1 Functionele valuta

De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van DELA Natura Groep.

2.2.2 Transacties, vorderingen en schulden

Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.

2.3 Herverzekeringscontracten

Met herverzekeraars afgesloten contracten uit hoofde waarvan de Natura Groep wordt gecompenseerd voor uitkeringen op uitgegeven verzekeringscontracten, worden aangemerkt als gegeven herverzekeringscontracten.

Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Natura uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.

De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies voor herverzekeringscontracten.

De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.

2.4 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen
worden de afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode herzien.

Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering, wordt verwezen naar paragraaf 2.8.

2.4.1 Concessies en vergunningen

Kosten van concessies en vergunningen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 20 jaar.

2.4.2 Goodwill

De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. De goodwill wordt lineair afgeschreven over de verwachte economische levensduur die jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor goodwill betreft 20 jaar.

2.4.3 Overgenomen verzekeringsportefeuilles

De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur van overgenomen verzekeringsportefeuilles is 20 jaar.

2.4.4 Software

De kosten van aanschaf, ontwikkeling en implementatie van zowel aangekochte als intern vervaardigde softwareapplicaties met een verwachte levensduur van minimaal 5 jaar worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de verwachte levensduur met een maximum van 10 jaar. Indien de kosten van aanschaf, ontwikkeling en implementatie van een softwareapplicaties lager zijn dan € 0,5 miljoen worden deze direct in de resultatenrekening verantwoord.

2.5 Beleggingen

2.5.1 Onroerende zaken

Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.

2.5.2 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis.

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.

Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Natura in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen.

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden, uitgaande van de waarden bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.

Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

2.5.3 Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

Aandelen en converteerbare obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten.

Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van aandelen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten worden rechtstreeks in de resultatenrekening verwerkt.

2.5.4 Obligaties en andere vastrentende waardepapieren en vorderingen uit andere leningen

Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van de beurskoers per balansdatum. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van obligaties worden in de resultatenrekening verantwoord.

2.5.5 Vorderingen uit hypothecaire leningen

Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, wordt dit verlies verantwoord in de resultatenrekening.

2.5.6 Derivaten

Derivaten bestaande uit aandelenopties en valutatermijncontracten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Indien derivaten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.

2.5.7 Vorderingen uit andere leningen

De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Vorderingen uit andere leningen met een vastgestelde rente worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. 

2.5.8 Infrastructuurfondsen 

Participaties in infrastructuurfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt een herwaarderingsreserve gevormd.

2.5.9 Vastgoedfondsen 

Participaties in vastgoedfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt een herwaarderingsreserve gevormd.

2.5.10 Beleggingen in liquide middelen

Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.

2.5.11 Andere financiële beleggingen

De andere financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 4.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.

2.5.12 Beleggingsresultaten

De items uit de resultatenrekening hieronder wormen samen de totale beleggingsresultaten.

2.5.12.1 Beleggingsopbrengsten
Onder beleggingsopbrengsten worden begrepen:

  • huuropbrengsten uit beleggingen in onroerende zaken;
  • dividenden uit deelnemingen;
  • dividenden van aandelen;
  • interest op beleggingen in vastrentende waarden;
  • gerealiseerde winst bij verkoop van beleggingen.

Rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

2.5.12.2 Ongerealiseerde resultaten op beleggingen
De ongerealiseerde resultaten zijn afkomstig uit waardeveranderingen van effecten en onroerende zaken.

2.5.12.3 Beheerskosten en rentelasten
Onder de beheerskosten en rentelasten vallen:

  • beheerkosten van beleggingen in onroerende zaken;
  • beheer- en bewaarkosten van aandelen en obligaties;
  • rentelasten.

2.5.12.4 Gerealiseerd verlies op beleggingen
Gerealiseerde verliezen van financiële instrumenten die op marktwaarde gewaardeerd zijn, worden verwerkt in de resultatenrekening.

2.6 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde.

Bij een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten onder aftrek van een eventuele voorziening wegens oninbaarheid.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.

2.7 Materiële vaste activa

De materiële vaste activa (waaronder inventarissen en auto’s) zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. De afschrijving vindt lineair plaats, de afschrijvingstermijnen zijn als volgt:

  • Inventaris: 10 jaar;
  • Auto’s: 5 jaar;
  • Laptops: 4 jaar.

2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Door DELA Natura Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de marktwaarde en de bedrijfswaarde.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Ook voor financiële instrumenten beoordeelt DELA Natura Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen aflossingswaarde, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waarderverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt in de resultatenrekening verwerkt. Een waardeverminderingverlies op goodwill zal in de toekomst niet meer worden teruggenomen.

2.9 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

2.10 Overlopende activa

De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.

2.11 Discretionaire winstdeling

Winstdeling wordt actuarieel berekend en heeft een voorwaardelijk karakter. De verwerking van de discretionaire winstdeling vindt plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat DELA Natura Groep onder de technische voorzieningen voor discretionaire winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.

2.12 Technische voorzieningen

2.12.1 Algemeen

Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 4.8.1 toereikendheidstoets).

Hierna worden de grondslagen toegelicht die gebruikt worden voor de balanswaardering in de jaarrekening.

2.12.2 Uitvaartverzekeringen

Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefinterest) verdisconteerde waarde van de (op basis van tariefsterfte) verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstdeling) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2,75% interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen de gebruikelijke interestvoeten en overlevingstafels ten tijde van de ingangsdata van de polissen., waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.

De technische voorziening voor uitvaartverzekeringen zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 2% interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

2.12.3 Overlijdensrisicoverzekeringen

Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 3% interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.

De technische voorziening voor overlijdensrisicoverzekering zoals gesloten in Duitsland wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3% interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals ten tijde van de introductie geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

2.12.4 Spaarverzekeringen

Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.

2.12.5 Premies

De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten. 

2.12.6 Acquisitiekosten

De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.

2.13 Voorzieningen

2.13.1 Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

2.13.2 Pensioenvoorziening

2.13.2.1 Nederland
De pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen bestaat uit een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks per werknemer een premie aan de uitvoerder;
  • het pensioengevend loon is 14 maal het vaste maandsalaris (2020: maximaal € 110.111);
  • de pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de wettelijk minimale franchise (€ 14.167);
  • de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder is gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages uitgaande van een rekenrente van 2%;
  • de eigen bijdrage van de werknemer is 4,5% van de pensioengrondslag;
  • de regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.

Voor deelnemers is tevens een nabestaandenpensioen verzekerd ter grootte van 1,16% van pensioengrondslag maal het aantal dienstjaren vanaf deelname aan de pensioenregeling tot aan de pensioenrichtdatum. Bij arbeidsongeschiktheid is er sprake van premievrijstelling voor de deelnemers. Daarnaast is er een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verzekerd waarvan de hoogte van de uitkering afhangt van de mate arbeidsongeschiktheid.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door DELA Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

2.13.2.2 België
In België is sprake van een beschikbare premieregeling. Op het moment van pensionering heeft de deelnemer de keuze om het kapitaal eenmalig uit te laten betalen of om dit bedrag om te zetten in een periodieke pensioenuitkering. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks een premie aan de uitvoerder;
  • de premie bedraagt 4% van het referentieloon, verhoogd met 4,4% belasting;
  • het referentieloon bedraagt 13,92 maal het bruto maandloon.

Er is tevens een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten waarbij de nabestaanden een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen.

2.13.2.3 Duitsland
In Duitsland worden de wettelijke pensioenpremies afgedragen middels de maandelijkse sociale verzekeringspremies. Er is geen aanvullend bedrijfspensioen.

2.13.2.4 Algemeen
Daarnaast neemt DELA Natura Groep een vordering op voor:

  • toegezegde restituties als gevolg van een hoge dekkingsgraad van het pensioenfonds;
  • overrente of winstdeling die overeenkomstig de bepalingen in een verzekeringscontract beschikbaar komt voor DELA Natura Groep;
  • voordelen van individuele waardeoverdrachten die ten gunste komen van DELA Natura Groep;
  • aanvullende stortingen om de beleggingsmix te garanderen.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomsten wordt beoordeeld welke verplichtingen er op balansdatum bestaan naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Deze additionele verplichtingen, waaronder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor de Natura Groep en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is gebaseerd op contante waarde. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties.

Toevoegingen aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste van respectievelijk ten gunste het resultaat.

Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer:

  • DELA Natura Groep beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering;
  • het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt, zullen toekomen aan DELA Natura Groep;
  • de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2020 zijn er voor DELA Natura Groep geen pensioenverplichtingen. Er is wel een vordering op SRLEV N.V. (Zwitserleven) waar de Nederlandse pensioenregeling is ondergebracht. In geval van een onderdekking heeft DELA Natura Groep de keuze om het beleggingsmandaat actief in stand te houden door een additionele garantiestorting te doen. Door de gedaalde rente zijn de garantiestortingen in 2020 tijdelijk opgelopen. Wanneer er geen sprake meer is van onderdekking vloeit de vordering weer terug naar DELA Natura Groep, dit is voornamelijk afhankelijk van de marktrente.

2.13.3 Voorziening jubilea

De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De voor de bepaling van de voorziening gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings-, arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als lange termijn beleggingsrendement is 0,8% (2019: 1,0%) aangehouden en voor de algemene salarisstijging 2,0% (2019: 2,0%) . De AG Generatietafel 2020 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 0,5% ultimo 2020 (2019: 0,8%).

2.13.4 Overige voorzieningen

De overige voorzieningen worden opgenomen tegen contante waarde.

2.13.5 Latente belastingverplichtingen

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de waarderingsgrondslagen die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds en hebben voornamelijk betrekking op de fiscaal afwijkende waardering van onroerende zaken, geldleningen en effecten. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. Zowel in Nederland als België bedraagt het belastingtarief 25% per eind 2020 en zijn er geen voorgenomen wijzigingen. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30%.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen, tenzij DELA Natura Groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.

Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd op nominale waarde.

2.14 Schulden

Schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, welke bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden, worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.

2.15 Overlopende Passiva

De overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd.

2.16 Leasing

Bij DELA Natura Groep bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij DELA Natura Groep ligt. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de resultatenrekening over de looptijd van het contract.

2.17 Opbrengstverantwoording

2.17.1 Brutopremies

De brutopremies bestaan uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten.

De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten en verzekeringen met beperkte premiebetaling wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering. 

2.17.2 Herverzekeringspremies

De herverzekeringspremies omvatten de premies uit hoofde van afgesloten herverzekeringscontracten. Deze worden naar evenredigheid van de looptijd van het contract als last opgenomen in de resultatenrekening.

2.18 Bedrijfskosten

2.18.1 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten zijn de kosten die direct of indirect samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe en de verlenging van bestaande verzekeringscontracten. Onder acquisitiekosten wordt begrepen provisies, reclame- en andere verkoopkosten. Aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten worden geactiveerd. De geactiveerde acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. Het jaarlijks te activeren bedrag wordt gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden geactiveerd voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode.

Als onderdeel van de toereikendheidstoets vindt jaarlijks vindt een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de geactiveerde acquisitiekosten, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de geactiveerde kosten te kunnen dekken.

2.18.2 Beheerskosten

Beheerskosten zijn kosten niet zijnde acquisitiekosten, personeelskosten en afschrijvingen.

2.18.3 Personeelskosten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten.

2.18.4 Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 

Immateriële en materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikname afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de bijzondere baten en lasten.

2.19 Andere baten en lasten

Onder de andere baten en lasten zijn de opbrengsten en kosten verantwoord die voortvloeien uit andere dan verzekerings- en beleggingsactiviteiten of een incidenteel karakter hebben.

2.20 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten.

Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

In 2020 is ondanks het verlies een te betalen belastingpositie opgenomen. Dit komt hoofdzakelijk doordat in Nederland de toekomstige tariefsverlagingen op de vennootschapsbelasting zijn teruggedraaid waardoor latente posities tegen een hoger tarief moeten worden opgenomen (extra last in 2020), in België gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet-fiscaal aftrekbaar zijn en dat in België de methode om de latente voorziening op de ongerealiseerde meerwaarde op de aandelen is aangepast (extra last in 2020). Afwijkingen van mindere omvang betreffen de deelnemingsvrijstelling en belastingen voorgaande jaren.

3. Risicoparagraaf

3.1 Solvabiliteitspositie

De solvabiliteitspositie van DELA Natura wordt op basis van het standaardmodel onder Solvency II bepaald. In de onderstaande figuur is de solvabiliteitsratio van de afgelopen afgelopen twee jaar weergegeven.

3.1.1 Ontwikkeling solvabiliteitspositie

De Solvency II-ratio is enigszins gedaald. De rente daalde opnieuw in 2020. Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat de gevoeligheid voor verdere daling van rente en inflatie is toegenomen. Om voorbereid te zijn op mogelijke verdere rentedalingen is met ingang van 2021 is de reikwijdte van de premiemaatregel vergroot. Bij rentedalingen tot -1% wordt een additionele premieverhoging aan onze polishouders gevraagd. Voorheen werd de eventuele premieverhoging gemaximeerd bij een rente van 0% of lager. Deze aanpassing is in januari 2021 met onze Algemene Vergadering gecommuniceerd en in de solvabiliteitspositie van ultimo 2020 verwerkt. De gedaalde rente beïnvloedde zowel het vereiste solvabiliteitskapitaal als het aanwezige vermogen. In de onderstaande paragrafen wordt de ontwikkeling in 2020 van beide grootheden nader toegelicht.

3.1.2 Ontwikkeling solvabiliteitskapitaalvereiste

De samenstelling van het kapitaalvereiste is in de onderstaande grafiek weergegeven.

Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s voor DELA Natura de grootste risico’s zijn.

In vergelijking tot de cijfers ultimo 2019 zijn zowel de marktrisico’s als de verzekeringstechnische risico’s toegenomen. Bij de verzekeringstechnische risico's komt dat door de toename van het vereiste kapitaal voor onnatuurlijk verval. Deze is significant gestegen doordat de premiemaatregel in waarde is gestegen als gevolg van de rentedaling in 2020 en de eerder genoemde aanpassing. Bij onnatuurlijk verval zegt namelijk een deel van de leden zijn of haar polis op en komt een deel van de premiemaatregel te vervallen, dat zorgt voor een hoger vereist kapitaal.

Bij marktrisico is het renterisico toegenomen en ook dat komt door de gedaalde rente c.q. de hogere waarde van de premiemaatregel. Bij een rentestijging verdwijnt een deel van deze waarde en daardoor is er meer kapitaal nodig voor renterisico.

De bovengenoemde stijgingen zijn versterkt doordat het verliescompenserend vermogen van de winstdeling is gedaald. Ook dit is een gevolg van de rentedaling in 2020, waardoor er minder kans is op winstdeling en daardoor is er verminderde mitigerende werking van deze winstdeling.

3.1.3 Ontwikkeling kernvermogen

Ook het kernvermogen nam toe. Dit komt door de rentedaling c.q. de aanpassing in de premiemaatregel die zorgde voor een afname van de beste estimate verplichtingen. Het rendement op beleggen zorgde voor een kleine plus in het kernvermogen na zware verliezen in de eerste helft van het jaar. De samenstelling van het kernvermogen is in de onderstaande grafiek weergegeven (bedragen in € miljoen).

3.2 Risicoprofiel

DELA staat bloot aan een groot palet van risico’s. In onderstaande figuur zijn de belangrijkste risicogebieden opgenomen waarbij een onderverdeling is gemaakt naar financiële, operationele, integriteits- en overige risico’s.  

De kleur van de cirkel geeft een inschatting van het risico, rekening houdend met alle (risicomitigerende) maatregelen zoals die binnen DELA Natura aanwezig zijn. De risico’s in de groene cirkel kennen een laag resterend risico, in de gele cirkel een midden resterend risico en in de rode cirkel een hoog resterend risico.  Het symbool achter de naam van het risico geeft aan of het resterende risico groter is geworden (driehoek met punt omhoog), gelijk is gebleven (cirkel) of is afgenomen (driehoek met punt omlaag) ten opzichte van het voorgaande jaar.

De verschillende risico’s alsmede relevante ontwikkelingen in 2020 worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.

3.2.1 Marktrisico's

Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen.

DELA Natura heeft het marktrisico in belangrijke mate gemitigeerd door haar winstdelingsregeling en premiemaatregel, maar ook door derivaten waarmee een deel van het valutarisico gemitigeerd wordt. DELA Natura hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid tevens het prudent person principe en elke drie jaar wordt een ALM-studie uitgevoerd om te toetsen of het beleggingsbeleid nog passend is.

In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het marktrisico, gekwantificeerd op basis van het standaardmodel gepresenteerd (bedragen in € miljoen).

De financiële markten waren in 2020 volatieler om verschillende redenen (o.a. COVID-19) dan in 2019 en de rente is verder gedaald. Deze externe omstandigheden hebben in ieder geval geleid tot een verhoging van de risico-inschatting voor het marktrisico.

De belangrijkste ontwikkelingen met een impact op het kapitaalvereiste voor marktrisico’s in 2020 was de gedaalde rente en in samenhang daarmee de gestegen waarde van de premiemaatregel. Daardoor is de samenstelling van het marktrisico significant gewijzigd.

3.2.2 Verzekeringstechnische risico's

Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen zoals opgenomen in de premiestelling. DELA Natura mitigeert het verzekeringstechnisch risico o.a. winstdelingsregeling en de premiemaatregel maar ook door herverzekering, (medische) acceptatie en het continu aandacht hebben voor de kosten ontwikkeling.

DELA Natura staat alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille van DELA Natura bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland, België en Duitsland gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (rekenrente, kosten, overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuille is groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de resultaten beperkt. 

Daarnaast voert DELA Natura in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van herverzekering om de volatiliteit van de resultaten te beperken.

Tot slot voert DELA Natura in Nederland een vermogensopbouwproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10% van de opgebouwde waarde.

In navolgende grafiek is de opbouw van het verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven (bedragen in € miljoen).

Zoals eerder genoemd is het onnatuurlijk verval toegenomen en ook hiervan is de rentedaling de oorzaak. De stijging wordt versterkt door het lagere verliescompenserend vermogen van de winstdeling. De daling van het kostenrisico wordt veroorzaakt doordat het structureel stijgen van de kosten in belangrijke mate wordt gecompenseerd door de lagere winstdeling en toename van de waarde van de premiemaatregel.

3.2.3 Kredietrisico

Kredietrisico (ook wel: tegenpartijkredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Dit betreft met name vorderingen inzake hypotheken, herverzekeraars, derivaten en overige vorderingen op debiteuren. Het kredietrisico met betrekking tot de hypothekenportefeuille is niet gestegen door de gevolgen van COVID-19.  In 2020 hebben geen afboekingen op de portefeuille plaatsgevonden en is er geen stijging te zien van het aantal hypotheken dat een achterstand kent op de betaling. De hypothekenportefeuille bestaat voor 100% uit hypotheken met NHG. 

3.2.4 Liquiditeitsrisico

Dit is het risico dat DELA Natura op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Het liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt. DELA Natura dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. DELA Natura maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Daarnaast heeft DELA Natura ook kredietfaciliteiten bij de custodian van de aandelen en obligaties.

3.2.5 Operationele risico's

Naast de financiële risico’s kent DELA Natura ook operationele risico’s. Dit zijn risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen of het niet voldoen aan wet- en regelgeving. Onderstaand wordt nader ingegaan op de belangrijkste operationele risicogebieden. 

Dit risicodomein is binnen DELA Natura opgebouwd uit de volgende sub risico’s:

3.2.5.1 Interne en externe fraude
Verliezen als gevolg van handelingen waarbij tenminste één interne partij betrokken is en waarmee wordt beoogd te frauderen, eigendommen te verduisteren of wet- en regelgeving of het ondernemingsbeleid te ontduiken of te omzeilen, met uitzondering van gebeurtenissen voortvloeiend uit ongelijkheid of discriminatie danwel verliezen als gevolg van door een derde partij gestelde handelingen met de bedoeling te frauderen, eigendommen te verduisteren of de wet te ontduiken.

3.2.5.2 Werkomstandigheden en veiligheid
Verliezen als gevolgen van handelingen die niet in overeenstemming zijn met wetgeving of overeenkomsten op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid of veiligheid, als gevolg van de uitkering van schadevergoeding voor letsel, of als gevolg van gebeurtenissen in verband met ongelijkheid of discriminatie.

3.2.5.3 Fysieke activa
Verliezen als gevolg van verlies van of schade aan fysieke activa door natuurrampen of andere gebeurtenissen

3.2.5.4 Systeemfalen en procesmanagement
Verliezen als gevolg van een verstoring van bedrijfsactiviteiten of systeemfalen, respectievelijk verliezen als gevolg van falende transactieverwerking of procesbeheer of als gevolg van relaties met handelspartners en verkopers.

DELA Natura schat de inherente risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen ‘midden’ in. Deze inschatting bleef in 2020 ongewijzigd t.o.v. 2019. In 2020 zijn wel diverse verbeterinitiatieven opgestart die op beide vlakken betrekking hebben.

Operationele risico’s doen zich voor op alle niveaus binnen de organisatie. De beheersmaatregelen zijn derhalve ook vastgelegd in verschillende specifieke beleidsdocumenten, protocollen en procesbeschrijvingen. DELA Natura schat de inherente risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen ‘midden’ in. Deze inschatting bleef in 2020 ongewijzigd t.o.v. 2019 ondanks diverse verbeterinitiatieven die op beide vlakken plaatsvonden.

3.2.6 Integriteitsrisico's

Integriteitsrisico’s zijn het gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat als gevolg van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven. Binnen DELA Natura wordt dit risico in de basis gemonitord vanuit de compliance-functie op basis van de thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA Natura is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.

De thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse zijn:

3.2.6.1 Organisatie en medewerkers integriteit
Organisatie integriteit heeft betrekking op de integriteit van de organisatie. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld governance en uitbesteding. Medewerkers integriteit heeft betrekking op de integriteit van het bestuur, het interne toezichthoudende orgaan en de interne en externe medewerkers. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld pre-employmentscreeningen en vakbekwaamheid of belangenverstrengeling.

3.2.6.2 Klant-keten integriteit
Dit betreft zowel de integriteit van de klanten als het integere gedrag van de organisatie richting deze klanten. Daarnaast betreft het de integriteit van de keten waarin de onderneming opereert. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld zorgplicht en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering.

3.2.6.3 Markt integriteit
Dit betreft de integriteit van de (financiële) markt(en). Mededinging en marktmisbruik maken onderdeel uit van dit domein.

3.2.6.4 Integriteit verwerking persoonsgegevens
Dit betreft de integriteit van de data die binnen DELA Natura gebruikt worden (denk aan bewerking en beveiliging van persoonsgegevens)

Ten opzichte van vorig jaar is het algehele restrisico binnen het domein klant keten integriteit ten opzichte van vorig jaar licht afgenomen. Deze afname wordt onder meer veroorzaakt door verhoogde beheersing op het gebied van CDD (Customer Due Diligence) en afnemende activiteiten op het gebied van adviserende dienstverlening. Op het gebied van CDD worden ook in 2021 aanvullende stappen genomen. Voor de overige risicodomeinen is het algehele restrisico gelijk gebleven.

3.2.7 Risico’s welke geen onderdeel zijn van het standaardmodel

Naast de risico’s die in het standaardmodel mee worden genomen bij de vaststelling van de kapitaalvereisten zijn er nog verschillende andere risico’s die van belang zijn voor DELA Natura. In de onderstaande paragrafen worden deze nader toegelicht.

3.2.7.1 Strategische risico's
Dit zijn onzekerheden die een belemmering kunnen vormen voor de implementatie van de langetermijnstrategie. Deze risico’s kunnen de buitenlandse expansie of het handhaven van het businessmodel waarin het kunnen geven van winstdeling essentieel is, belemmeren. Deze risico’s worden vooral ondervangen door een gedegen strategieproces, begeleid door externe consultants, waarop de Raad van Commissarissen toezicht houdt. Bij de implementatie worden businesscases gehanteerd om de benodigde investeringen te toetsen en beheersbaar te houden. Daarnaast wordt in de jaarlijkse Own Risk and Solvency Assessment (ORSA) geanalyseerd welke risico’s een potentiële bedreiging vormen voor de continuïteit van DELA Natura. Indien nodig worden voorbereidende maatregelen getroffen of andere keuzes gemaakt. De belangrijkste randvoorwaarden en maatregelen zijn uitgewerkt in het kapitaalbeleid dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Het restrisico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullend kapitaal aangehouden hoeft te worden. In 2020 is het strategieproces gestart voor een nieuwe planperiode.

Als gevolg van externe omstandigheden, waaronder de belangrijkste de lage rente en de hieraan gekoppelde onzekerheden voor het businessmodel, is de risico inschatting voor dit risico wel verhoogd. Deze ontwikkelingen worden continu gemonitord en meegenomen in het lopende strategieproces.

3.2.7.2 Reputatierisico
Het reputatierisico is het risico op schade door reputatieverlies. Het reputatierisico wordt beheerst door het actief invulling geven aan reputatiemanagement, met als belangrijke pijler het incidentenmanagement. Hierbij worden mogelijke reputatierisico’s en de bijbehorende uitstralingseffecten tijdig geïdentificeerd en eventuele managementacties tijdig in gang gezet. Ook zijn de ondernemingscultuur en ‘tone at the top’ belangrijke pijlers om dit risico te mitigeren, ondersteund door opleidingsprogramma’s en de administratieve organisatie en interne beheersing. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA Natura is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.

3.2.7.3 Uitvaartkosteninflatierisico
Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. Hoewel dit inflatierisico het risico van de polishouders is, is dit risico toch van belang aangezien een stijging van de uitvaartkosten direct leidt tot een premiestijging. DELA Natura streeft naar een goede dienstverlening aan leden tegen een zo laag mogelijke premie. In de ORSA wordt hier dan ook specifiek aandacht aan besteed. DELA Natura heeft in enige mate invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar.

3.2.7.4 Klimaatrisico
Een risico dat steeds meer aandacht verdient, en krijgt, is het risico dat verbonden is aan klimaatwijzigingen. DELA Natura kan hier niet alleen direct mee geconfronteerd worden, maar ook indirect als gevolg van de blootstelling aan klimaatrisico’s van haar beleggingen. In 2020 hebben diverse analyses plaatsgevonden om dit risico nader in kaart te brengen en indien nodig stappen te zetten om dit risico zo veel als mogelijk te mitigeren. Dit onder andere door aanscherping van het beleid inzake maatschappelijk verantwoord beleggen.

3.2.7.5 Financiële verslaggevingsrisico
Daarnaast heeft DELA Natura te maken met het financiële verslaggevingsrisico. Dit is het risico dat de financiële en niet-financiële rapportages van de onderneming substantieel onjuiste of onvolledige informatie bevatten. Tevens betreft dit het risico dat interne en externe belanghebbenden niet tijdig kennis kunnen nemen van de rapportages. Dit risico wordt binnen DELA Natura onder andere beheerst door maatregelen en procedures die in verschillende beleidsdocumenten zijn vastgelegd.

4. Toelichting op de balans

4.1 Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa, verloop

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Boekwaarde per 1 januari   33.502  34.570     
           
Investeringen   10.164  7.963     
Desinvesteringen      
Verwerving als gevolg van acquisities   1.529     
Afschrijvingen   -5.362  -9.031     
           
Boekwaarde per 31 december   39.833  33.502     

Immateriële vaste activa, cumulatief

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Verkrijgingsprijzen   107.568  95.875     
Cumulatieve waardemutaties en afschrijvingen   -67.735  -62.373     
           
Boekwaarde per 31 december   39.833  33.502     

Immateriële vaste activa, specificatie

Bedragen x € 1.000

  Goodwill Overgenomen verzekeringsportefeuilles Softwaresystemen Overig Totaal
           
Boekwaarde per 1 januari 2020 155  22.896  8.307  2.144  33.502 
Verwerving als gevolg van acquisities          
Investeringen 10.164  10.164 
Desinvesteringen
Verwerving als gevolg van acquisities 1.529  1.529 
Afwaarderingen -2.240  -2.240 
Afschrijvingen -620  -620 
           
Boekwaarde per 31 december 2020 1.684  22.896  15.611  2.144  42.335 

In 2020 zijn een polisadministratiesysteem en een financieel administratiesysteem in ontwikkeling. De geactiveerde kosten betreffen kosten van zowel externe partijen als intern toegerekende personeelskosten met betrekking tot het aanschaffen, gereed maken voor gebruik, testen en implementeren van de applicaties. In 2020 is er € 6,2 miljoen geïnvesteerd in deze systemen. Ook heeft er een impairment plaatsgevonden op de geactiveerde kosten ultimo 2019 die heeft geleid tot een afboeking van € 2,2 miljoen. 

4.2 Beleggingen

4.2.1 Terreinen en gebouwen

4.2.1.1 Voor eigen gebruik

Terreinen en gebouwen voor eigen gebruik, verloop

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Boekwaarde per 1 januari   10.465  7.747     
           
Investeringen   3.262     
Desinvesteringen   -1.149     
Afschrijvingen   -163  -509     
Herwaardering   -35     
           
Boekwaarde per 31 december   9.157  10.465     
           
Aanschafwaarde   12.636  13.781     
Afwaarderingen   -579  -579     
Cumulatieve afschrijvingen   -2.900  -2.737     
           
Boekwaarde per 31 december   9.157  10.465     

De desinvestering betreft de verkoop van het pand van DELA Vastgoed B.V., hierop is een positief resultaat van € 126 gerealiseerd.

4.2.1.2 Overige terreinen en gebouwen

Overige terreinen en gebouwen, verloop

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Boekwaarde per 1 januari   920.065  1.238.138     
           
Investeringen   11.130  31.773     
Verwerving als gevolg van acquisities   12.249     
Desinvesteringen   -174.454  -314.052     
Herwaardering   -85.132  -35.794     
           
Boekwaarde per 31 december   683.858  920.065     

Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen is in 2020 een deel van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen). De waardering van het vastgoed (excl. crematoria) dat ultimo 2020 nog in de portefeuille zit, is in 2020 met circa 15% in waarde gedaald. De markthuur daalde voor deze assets met ongeveer 10%. Ultimo 2019 bedroeg de totale waarde van deze portefeuille nog 16,2 keer de markthuur. Ultimo 2020 is dat nog 15,4 keer.

De verwerving als gevolg van acquisitie betreft de acquisitie van crematoria/uitvaartcentra. De desinvesteringen betreffen de afbouw van de directe vastgoedportefeuille in Nederland.

Overige terreinen en gebouwen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Winkels (-/- milieuvoorziening)   360.560  561.829     
Woningen   44.000  66.083     
Crematoria en uitvaartcentra   219.118  199.670     
Kantoren   35.045  43.865     
Parkeren   3.635  26.790     
Overige   21.500  21.828     
           
Totaal   683.858  920.065     

De beleggingen in winkels bestaan hoofdzakelijk uit winkelpanden op A-1 locaties en winkelcentra verspreid over Nederland. De milieuvoorziening behorend bij de categorie winkels is als gevolg van verkopen niet meer van toepassing op de positie per einde boekjaar 2020.

Overige onroerende zaken hebben betrekking op DomusDela Vastgoed en DomusDela Klooster.

Van het onroerend goed per 31-12 2020 had € 6.372 betrekking op crematoria/uitvaartcentra in ontwikkeling.

Overige terreinen en gebouwen, bedragen in resultatenrekening

Bedragen x € 1.000

    2020 2019    
           
Huurinkomsten   46.568  67.255     
Overige baten en lasten   -84.481  -54.252     
Exploitatiekosten   6.469  9.483     

De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012. 74% van de contracten hebben een looptijd en worden automatisch verlengd, als er niet opgezegd wordt. 69% van de contracten met looptijd hebben een verlengingsregel van 5 jaar, overige hebben diverse looptijden (meestal 1 of 3 jaar). 26% van de contacten loopt voor onbepaalde tijd. Op ieder moment opzegbaar met inachtneming van een opzegtermijn van een jaar. Er zijn geen koopopties opgenomen in de contacten.

De overige baten en lasten bestaan hoofdzakelijk uit herwaarderingen van de onroerende zaken.

DELA heeft aangaande leegstand een beperkte omvang aan exploitatiekosten.

Contractuele verplichtingen vastgoed in ontwikkeling

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Voor nieuwbouw   5.353     
Voor herontwikkeling   1.864     
           
Totaal   5.353  1.864     

In de waardebepaling van onroerend zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerend goed toegelicht.

4.2.1.3 Waarderingsmethode van winkels, woningen, kantoren en parkeren
De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de “International Valuation Standards” en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode, de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie die ook door de externe deskundigen wordt verricht. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateur CBRE . De taxateur beschikt over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet ligt tussen de 2% en 7%, afhankelijk van de gehanteerde risico-opslag die per complex wordt vastgesteld. De Gross initial yield ligt tussen 4,2% en 15,9%. Indien er definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming is over de verkoop van een onroerende zaak wordt de onroerende zaak gewaardeerd tegen de overeengekomen koopsom.

4.2.1.4 Winkels
Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.

4.2.1.5 Woningen
Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.

4.2.1.6 Parkeergarages/-terreinen en kantoren
Voor parkeergarages/-terreinen en kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.

4.2.1.7 Crematoria
Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 8,5% en 9,5%. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.

De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.

4.2.1.8 Uitvaartcentra
De Belgische uitvaartcentra worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Deze actuele waarde is door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld.

4.2.2 Beleggingen in groepsmaatschappen en deelnemingen

Dit betreft de rekening courantvordering op DELA Holding N.V. die in 2020 met € 20 miljoen is afgenomen.

4.2.3 Overige financiële beleggingen

Overige financiële beleggingen, verloop

Bedragen x € 1.000

  Eindstand 2019 Aankopen Verkopen en aflossingen Overige mutaties Eindstand 2020
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 2.353.376  1.042.799  -1.173.985  84.991  2.307.181 
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 1.737.784  826.285  -800.760  -63.057  1.700.252 
Derivaten 8.557  30.286  -6.909  3.128  35.062 
Vorderingen uit hypothecaire leningen 258.873  3.414  -34.569  -1.120  226.598 
Vorderingen uit andere leningen 213.732  265.333  -208.287  -5.334  265.444 
Vastgoedfondsen 586.831  235.841  -1.211  7.527  828.988 
Infrastructuurfondsen 278.019  177.788  -11.433  -8.852  435.522 
Beleggingen in liquide middelen 48.981  -4.674  44.307 
Andere financiële beleggingen 9.062  154  9.216 
       
Totaal 5.495.215  2.581.746  -2.237.154  12.763  5.852.570 

Overige financiële beleggingen, overige waarderingen

Bedragen x € 1.000

31-12-2020 Balans-
waarde
Kostprijs Markt-
waarde
   
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 2.307.181  1.795.844  2.307.181     
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 1.700.252  1.700.987  1.700.252     
Derivaten 35.062  35.062     
Vorderingen uit hypothecaire leningen 226.598  226.598  263.388     
Vorderingen uit andere leningen 265.444  265.898  265.444     
Vastgoedfondsen 828.988  759.810  828.988     
Infrastructuurfondsen 435.522  441.495  435.522     
Beleggingen in liquide middelen 44.307  44.307  44.307     
Andere financiële beleggingen 9.216  8.550  9.216     
     
Totaal 5.852.570  5.243.489  5.889.360     
31-12-2019 Balans-
waarde
Kostprijs Markt-
waarde
   
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 2.353.376  1.831.761  2.353.376     
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 1.737.784  1.684.223  1.737.784     
Derivaten 8.557  53.472  8.557     
Vorderingen uit hypothecaire leningen 258.873  258.873  300.096     
Vorderingen uit andere leningen 213.732  212.628  213.732     
Vastgoedfondsen 586.831  510.616  586.831     
Infrastructuurfondsen 282.277  272.677  282.277     
Beleggingen in liquide middelen 44.723  44.723  44.723     
Andere financiële beleggingen 9.062  8.551  9.062     
     
Totaal 5.495.215  4.877.524  5.536.438     
4.2.4 Aandelen, obligaties en overige waardepapieren

Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd.

De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid, De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 6,8. De verplichtingen hebben een gemiddelde modified duration van 34,8.

Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren, geografische verdeling

    2020  2019     
           
Azië-Pacific   37,4% 35,5%    
Europa   30,2% 30,6%    
Noord-Amerika   30,2% 29,9%    
Latijns-Amerika   1,4% 3,2%    
Midden-Oosten   0,9% 0,8%    
       
Totaal   100,0% 100,0%    

Niet-afgedekte valutaposities

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Amerikaanse dollar    704.212   632.956     
Hong Kong dollar    181.984   169.028     
Engelse pond    103.437   110.845     
Zuid-Koreaanse won    92.631   80.638     
Nieuwe Taiwanese dollar    57.420   35.470     
Braziliaanse real    54.250   74.156     
Zweedse kroon    49.196   26.969     
Zuid-Afrikaanse rand    39.289   34.077     
Canadese dollar    35.420   47.365     
Chinese Yuan    35.401   18.603     
Indiase roepie    32.251   23.136     
Indonesische rupiah    31.749   39.164     
Deense kroon    26.821   21.739     
Overig    182.349   425.744     
       
Totaal    1.626.410   1.739.890     

Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren, verdeling naar sectoren

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Informatie Technologie   17,8% 13,8%    
Luxe consumentengoederen   15,5% 12,7%    
Financiële instellingen   14,8% 19,2%    
Industrie   10,6% 9,9%    
Gezondheidszorg   10,0% 9,0%    
Communicatiediensten   8,2% 8,4%    
Consumptiegoederen   7,6% 8,6%    
Grondstoffen   6,9% 6,5%    
Vastgoed   3,3% 3,6%    
Energie   2,8% 5,3%    
Nutsbedrijven   2,6% 3,0%    
         
Totaal   100,0% 100,0%    

Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
AAA   14,6% 13,3%    
AA   8,3% 8,1%    
A   9,3% 12,2%    
BBB   23,2% 22,9%    
< BBB   29,8% 39,8%    
Overige   14,8% 3,7%    
           
Totaal   100,0% 100,0%    

De vastrentende waardepapieren bestaan uit de obligaties, overige vastrentende waardepapieren en de vorderingen uit andere leningen.

Per 31-12-2020 kent € 3,5 mln. van de vorderingen uit andere leningen een vaste rentepercentage.
Voor 1 lening (groot € 3,5 mln.) binnen de vorderingen uit andere leningen is een zekerheid verworven middels pandrecht op alle uitstaande aandelen van de betreffende tegenpartij en een borgstelling ter hoogte van € 0,5 mln.

4.2.5 Derivaten

Eind 2020 is besloten om het risico op een waardedaling van de aandelenportefeuille van meer dan 20% niet meer af te dekken met putopties. Alle putopties zijn per eind 2020 afgewikkeld c.q. verkocht. 

De reële waarde van de valutatermijncontracten is afhankelijk van het type instrument en wordt gebaseerd op een contante-waardemodel.

Derivaten, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Valutatermijncontracten   35.062  -3.504     
Putopties (ten behoeve van tail risk hedge)   12.061     
       
Boekwaarde per 31 december   35.062  8.557     
4.2.6 Vastgoedfondsen

De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een bij voorkeur externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Natura Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

4.2.7 Infrastructuurfondsen

De infrastructuurfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de infrastructuurfondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de infrastructuurfondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen worden de lokale boekhoudstandaarden gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een bij voorkeur externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Natura Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

4.2.8 Andere financiële beleggingen

De andere financiële beleggingen hebben betrekking op belangen in participatiemaatschappijen. De marktwaarde is gebaseerd op de DCF-methode.

4.2.9 Securities lending

DELA Natura Groep leent aandelen en obligaties uit (securities lending). Om het risico voor DELA te beperken dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:

  • alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
  • Onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
  • de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102% te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
  • aandelen op onze engagement lijst worden niet uitgeleend.

De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2020 bedraagt € 212,8 mln. (2019: € 148,5 mln.).

4.3 Vorderingen

4.3.1 Vorderingen uit directe verzekeringen

Door de omvang en spreiding van de bedrijfsactiviteiten van DELA Natura Groep is het kredietrisico uit hoofde van vorderingen uit directe verzekeringen slechts in beperkte mate geconcentreerd. Naast de gebruikelijke voorziening voor dubieuze vorderingen op tussenpersonen is derhalve geen aanvullende voorziening voor kredietrisico gevormd.

4.3.2 Overige vorderingen

Overige vorderingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Latente belastingvorderingen   55.146  56.896     
Vennootschapsbelasting   420  4.362     
Belastingen en premies sociale verzekeringen   12.761  19.245     
Debiteuren   282  887     
Overige vorderingen   82.003  55.802     
       
Totaal   150.612  137.192     

De overige vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar met uitzondering van de latente belastingvorderingen. De stijging van de overige vorderingen heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van panden door DELA Vastgoed B.V. waarvan de afrekening nog plaats dient te vinden.

4.3.3 Latente belastingvorderingen

Latente belastingvorderingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
Inzake andere fiscale waardering van:          
- eerste kosten   27.926  22.336     
- verliesverrekening voorgaande jaren   13.960  16.965     
- effecten   10.320  13.047     
- onroerende zaken   2.015  3.790     
- immateriële activa   684  588     
- overig   241  170     
       
Totaal   55.146  56.896     

Van de totale latente belastingvorderingen wordt naar verwachting € 46.380 binnen één jaar verrekend.

4.4 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa, verloop

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Boekwaarde per 1 januari   8.097  7.488     
           
Investeringen   438  2.819     
Desinvesteringen   -400  -160     
Afschrijvingen   -1.842  -2.050     
       
Boekwaarde per 31 december   6.293  8.097     

Op de desinvesteringen is geen resultaat gerealiseerd.

4.5 Liquide middelen

De liquide middelen bestaan hoofdzakelijk uit banktegoeden en staan ter vrije beschikking.

4.6. Overlopende activa

De overlopende activa zijn gestegen ten opzichte van 2019 met name door hogere vooruitbetaalde bedragen op het gebied van IT.

4.7 Groepsvermogen

Groepsvermogen, verloop

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Boekwaarde per 1 januari   1.415.424  1.009.115     
           
Resultaat na belastingen   -71.422  406.708     
Uitgekeerd dividend   -50.000     
Overige waardemutaties   -4  -399     
       
Boekwaarde per 31 december   1.293.998  1.415.424     

4.8 Technische voorzieningen

Technische voorzieningen, verloop

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Boekwaarde per 1 januari   4.869.891  4.584.184     
           
Mutaties ten bate / laste van de resultatenrekening          
- Uit premie   397.501  367.215     
- Interest   145.924  137.163     
- Winstdeling   43.228  42.315     
- Uitkeringen   -147.491  -128.542     
- Deelpremie voor overlijden   -135.873  -124.653     
- Onttrekking voor kosten   -8.107  -7.416     
- Correctie voorgaande jaren   1.928     
- Overige mutaties   -1.152  274     
- Geactiveerde acquisitiekosten   -11.131  -649     
       
Boekwaarde per 31 december   5.154.718  4.869.891     

De totale technische voorziening wordt als langlopend beschouwd.

Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Natura Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen.

De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen, waarbij rekening gehouden wordt met marktspecifieke veronderstellingen en het kostenniveau van de verzekeraar.

Technische voorzieningen, specificatie

Bedragen x € 1.000

31-12-2020 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 420.468  21.415.347  4.866.442  2.964.079 
Spaarverzekering 37.062  359.098  326.453  326.453  47.463 
Overlijdensrisicoverzekering 49.588  36.066.955  67.707  293.375 
Herverzekering -21.967   
Overrentedeling 140   
Geactiveerde acquisitiekosten -84.056   
           
Totaal 507.118  57.841.400  326.453  5.154.718  3.304.917 
31-12-2019 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 386.750  20.416.312  4.642.582  2.921.439 
Spaarverzekering 34.118  287.542  261.402  261.402  42.743 
Overlijdensrisicoverzekering 38.194  29.211.185  54.458  290.897 
Herverzekering -20.160   
Overrentedeling 4.535   
Geactiveerde acquisitiekosten -72.926   
           
Totaal 459.062  49.915.039  261.402  4.869.891  3.255.079 

De toename van het verzekerd kapitaal van overlijdensrisicoverzekeringen komt voort uit de groeiende portefeuille in Duitsland.

Geactiveerde acquisitiekosten, verloop

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Boekwaarde per 1 januari   72.926  72.277     
           
Activering   23.096  18.635     
Afgeschreven   -11.966  -17.986     
       
Boekwaarde per 31 december   84.056  72.926     

Activering van acquisitiekosten heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland. Voor de Nederlandse verzekeringsportefeuille vindt alleen nog afschrijving plaats op betaalde provisie voor 1 januari 2013. In 2019 heeft er een extra afschrijving plaatsgevonden van de Belgische geactiveerde provisiekosten ter grootte van € 9.299. In Duitsland zijn de provisiekosten gestegen door een groeiende verzekeringsportefeuille.

4.8.1 Toereikendheidstoets

De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen is de winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.

Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de geactiveerde acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op geactiveerde acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.

   
   
Disconteringsvoet Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2020.
Winstdeling Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210%. Indien de dekkingsgraad 120% of lager is dan is er geen winstdeling. Tussen 120% en 210% is de winstdeling naar evenredigheid.
Premiemaatregel Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1% en als de dekkingsgraad lager is dan 120%, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van -1% (2019: bij 0%).
Verwachte sterfte Gebaseerd op de meest recente prognosetafel van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland en prognosetafel van het Instituut van de Actuarissen in België voor België, gecorrigeerd met leeftijdscorrecties waar nodig.
Onnatuurlijk verval Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille.
Kosten Kosten per dekking, inclusief de beleggingskosten behorende tot de technische voorziening. De kosten per dekking zijn bepaald op basis van de begroting 2021 voor zowel Nederland als België
Garanties Reële waarde.

Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoetsen op marktwaarde een overwaarde van € 1.156 miljoen (2019: € 321 miljoen) zien. De overwaarde is gestegen ten opzichte van 2019 als gevolg van aanpassing van het renteniveau waarbij de premieverhoging uit hoofde van de premiemaatregel haar maximale waarde bereikt (zie veronderstelling premiemaatregel hierboven). De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd. Daarbij is ingeschat dat de hogere sterfte als gevolg van COVID-19 tijdelijk van aard is, we verwachten geen structureel hogere of lagere sterfte. De impact op toereikendheidstoets is daarom niet significant.

4.9 Voorzieningen

Voorzieningen, verloop

Bedragen x € 1.000

  Boekwaarde 31-12-2019 Dotatie Onttrokken Overige waardemutaties Boekwaarde 31-12-2020
           
Voorziening latente belastingen 289.883  34.284  -79.326  19.108  263.949 
Voorziening pensioenen -5 
Voorziening ambtsjubilea 674  97  771 
 
Totaal 290.562  34.381  -79.331  19.108  264.720 

De voorzieningen hebben overwegend een langlopend karakter. De overige waardemutatie bij de voorziening latente belastingen betreft hoofdzakelijk het terugdraaien van de toekomstige tariefsverlaging van de vennootschapsbelasting.

Voorziening latente belastingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
Inzake andere fiscale waardering van:          
- onroerende zaken   100.068  160.724     
- eerste kosten België   13.681  13.094     
- effecten   145.962  114.780     
- overig   4.238  1.285     
       
Totaal   263.949  289.883     

4.10 Depot van herverzekeraars

De herverzekeraars zijn verplicht het herverzekerd belang in contanten bij de verzekeraars van DELA Natura Groep te deponeren. Over het depot wordt een rente vergoed van 4,5% per jaar (2019: 4,5%).

Depot herverzekeraars, verloop

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Boekwaarde per 1 januari   15.039  13.927     
           
Stortingen   1.140  1.112     
           
Boekwaarde per 31 december   16.179  15.039     

4.11 Schulden

Schulden uit directe verzekering ontstaan wanneer polishouders premie vooruitbetalen.

Bij de aanwezige schulden is geen sprake van (dis)agio waardoor de geamortiseerde kostprijs gelijk is aan de nominale waarde.

Overige schulden, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Crediteuren   7.942  8.455     
Vennootschapsbelasting   33.805  11.428     
Waarborgsommen   556  947     
Schulden aan groepsmaatschappijen   4.025  441     
Te betalen BTW   1.255  1.508     
Te betalen belastingen en sociale premies   1.907  2.076     
Geldleningen   8.061  3.244     
Overige   2.982  2.919     
           
Totaal   60.533  31.018     

Geldleningen, verloop

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Boekwaarde per 1 januari   3.244     
           
Verwervingen   5.000  3.244     
Aflossingen   -183     
           
Boekwaarde per 31 december   8.061  3.244     

Van de geldleningen heeft € 780 een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 7.145 een looptijd langer dan 5 jaar. De verwerving betreft het bouwdepot van DomusDELA Vastgoed B.V.

4.12 Overlopende passiva

Overlopende passiva, specificatie

Bedragen x € 1.000

    31-12-2020 31-12-2019    
           
Vooruitontvangen huren   1.479  2.869     
Nog te betalen overige schulden   7.605  15.647     
Te betalen vakantiedagen   1.266  1.029     
Te betalen vakantiegeld   2.082  2.006     
Te betalen variabele beloning   1.343  1.525     
Derivaten   27     
           
Totaal   13.775  23.103     

4.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

4.13.1 Aansprakelijkheidsstelling

Door DELA Coöperatie U.A. is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW.

4.13.2 Garantiestelling terrorisme

Uit hoofde van het deelnemen in de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,0 mln. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.

4.13.3 (Meerjarige) financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen, gesplitst naar looptijd

Bedragen x € 1.000

  Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurverplichtingen 1.301  5.114  7.707     
Leaseverplichtingen 533  903     
4.13.4 Kredietfaciliteiten

DELA Natura Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 35 miljoen of 10% van de waarde van de effecten die in bewaring liggen van de kredietverstrekker. Het onderpand bestaat uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage bedraagt het EONIA-rentetarief plus een opslag van 1,25%.

4.13.5 Investeringsverplichting

DELA Natura Groep is met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 720 miljoen en $ 328 miljoen (per balansdatum omgerekend € 269 miljoen) te investeren in vastgoedfondsen. Ultimo 2020 zijn de resterende investeringsverplichtingen €78 miljoen en $221 miljoen (per balansdatum omgerekend € 181 miljoen).

Daarnaast is DELA Natura Groep met diverse tegenpartijen overeengekomen om € 250 miljoen en $ 449 miljoen (per balansdatum omgerekend € 368 miljoen) te investeren in infrastructuurfondsen. Ultimo 2020 zijn de resterende investeringsverplichtingen €64 miljoen en $167 miljoen (per balansdatum omgerekend € 137 miljoen).

4.13.6 Toekomstige contractuele huurinkomsten

DELA Natura Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.

Toekomstige contractuele huurinkomsten, gesplitst naar looptijd

Bedragen x € 1.000

  Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurinkomsten 36.691  94.880  115.446     
4.13.7 Fiscale eenheid

De Nederlandse entiteiten binnen DELA Natura Groep maken deel uit van een Nederlandse fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB). Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde
belastingen.

4.14 gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben zich geen noemenswaardige gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.

5. Toelichting op de resultatenrekening

5.1 Verdiende premies

 Van de totale brutopremies in 2020 bestaat € 11,4 miljoen uit koopsommen (2019: € 9,5 miljoen).

5.2 Beleggingsresultaten

De beleggingsresultaten bestaan uit de volgende items van de resultatenrekening:

5.2.1 Specificatie beleggingsresultaten

Specificatie beleggingsresultaten

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Beleggingsopbrengsten   702.163  479.217     
Ongerealiseerde winst op beleggingen   437.533     
Gerealiseerd verlies op beleggingen   -443.624  -217.772     
Ongerealiseerd verlies op beleggingen   -147.787     
Beheerskosten en rentelasten   -24.791  -29.075     
           
Totaal   85.961  669.903     
5.2.2 Gerealiseerde en ongerealiseerde beleggingsresultaten, specificatie

Gerealiseerde en ongerealiseerde beleggingsresultaten, specificatie

Bedragen x € 1.000

2020 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten en rentelasten Totaal
           
Deelnemingen (a)
           
Terreinen en gebouwen (b) 54.692  -86.636  9.116  -41.060 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 320.122  175.888  -10.213  7.848  126.173 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 140.572  91.883  -52.150  4.935  -8.396 
- Derivaten 124.994  169.122  8.307  780  -36.601 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen 9.090  650  8.440 
- Vorderingen uit andere leningen 12.076  6.099  -2.314  987  2.676 
- Vastgoedfondsen 20.314  10.590  -344  31.248 
- Infrastructuurfondsen 18.474  386  -15.526  -680  3.242 
- Andere financiële beleggingen 1.829  246  155  1.499  239 
  647.471  443.624  -61.151  15.675  127.021 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 702.163  443.624  -147.787  24.791  85.961 
2019 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten en rentelasten Totaal
           
Deelnemingen (a) -13  -13 
           
Terreinen en gebouwen (b) 67.566  -36.381  12.742  18.443 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 213.193  82.048  415.623  5.830  540.938 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 130.315  57.442  128.883  5.244  196.512 
- Derivaten 31.786  75.355  -109.612  524  -153.705 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen 9.495  784  8.711 
- Vorderingen uit andere leningen 8.524  1.635  3.446  788  9.547 
- Vastgoedfondsen 12.184  22  26.303  609  37.856 
- Infrastructuurfondsen 4.978  1.190  8.654  809  11.633 
- Andere financiële beleggingen 1.189  80  617  1.745  -19 
  411.664  217.772  473.914  16.333  651.473 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 479.217  217.772  437.533  29.075  669.903 

Ongerealiseerde resultaten geven de wijzigingen van de marktwaarde in het boekjaar weer van de beleggingen (inclusief valuta-effecten) die op balansdatum in bezit zijn. Alle overige beleggingsopbrengsten worden toegerekend aan de gerealiseerde beleggingsopbrengsten.

5.2.3 Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie

Directe en indirecte beleggingsresultaten, specificatie

2020     Direct Indirect Totaal
           
Deelnemingen (a)    
           
Terreinen en gebouwen (b)     38.927  -79.987  -41.060 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren     41.945  84.228  126.173 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren     58.253  -66.649  -8.396 
- Derivaten     -780  -35.821  -36.601 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen     8.440  8.440 
- Vorderingen uit andere leningen     9.266  -6.590  2.676 
- Vastgoedfondsen     20.276  10.972  31.248 
- Infrastructuurfondsen     18.778  -15.536  3.242 
- Andere financiële beleggingen     370  -131  239 
      156.548  -29.527  127.021 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c)     195.475  -109.514  85.961 
2019     Direct Indirect Totaal
           
Deelnemingen (a)     -13  -13 
           
Terreinen en gebouwen (b)     54.556  -36.113  18.443 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren     58.685  482.253  540.938 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren     68.346  128.166  196.512 
- Derivaten     -524  -153.181  -153.705 
- Vorderingen uit hypothecaire leningen     8.711  8.711 
- Vorderingen uit andere leningen     6.202  3.345  9.547 
- Vastgoedfondsen     11.553  26.303  37.856 
- Infrastructuurfondsen     4.114  7.519  11.633 
- Andere financiële beleggingen     -589  570  -19 
      156.498  494.975  651.473 
           
Totaal beleggingsresultaat (a) + (b) + (c)     211.054  458.862  669.916 

Onder directe beleggingsresultaten worden alle ontvangen rente, huur- en dividendopbrengsten verstaan minus alle beleggingskosten. Alle resultaten, zowel gerealiseerd als niet-gerealiseerd, die ontstaan als gevolg van marktwaardemutaties worden toegerekend aan de indirecte beleggingsopbrengsten.

5.3 Uitkeringen eigen rekening

Uitkeringen eigen rekening, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Uitkering bij overlijden   20.741  17.356     
Uitvaartkosten   125.452  106.797     
Expiratie   1.633  2.035     
Uitkering pensioenverzekeringen   12  44     
Kapitaaluitkeringen   64.418  53.255     
Uitkeringen royementen   271  305     
Afkopen   22.750  18.159     
Bruto uitkeringen   235.277  197.951     
           
Herverzekerde uitkering bij overlijden   -3.625  -3.086     
Herverzekerde expiratie   -32     
Herverzekerde afkopen   -64  -62     
Herverzekerde uitkeringen   -3.688  -3.180     
           
Uitkeringen eigen rekening   231.589  194.771     

De stijging van de uitkeringen ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door meer overlijdens mede als gevolg van corona.

5.4 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten, specifatie

Acquisitiekosten, specifatie

    2020  2019     
           
Toegerekende acquisitiekosten personeel   17.077  12.954     
Toegerekende acquisitiekosten overig   23.308  22.399     
Directe acquisitiekosten   24.157  19.983     
Geactiveerde acquisitiekosten   -23.096  -18.635     
Afschrijving acquisitiekosten   11.966  10.524     
           
Totaal   53.412  47.225     

De toegerekende acquisitiekosten personeel en overig betreft indirecte acquisitiekosten die worden bepaald op basis van interne kostenmodellen. De stijging van de geactiveerde acquisitiekosten wordt veroorzaakt door een toename van de productie in Duitsland.

5.5 Beheers-, personeelskosten en afschrijvingen

Beheers-, personeelskosten en afschrijvingen, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Gebouw- en inventariskosten   2.348  3.518     
Autokosten   1.022  1.076     
IT-kosten   20.857  21.480     
Diensten door derden   9.053  5.550     
Kantoorkosten   6.011  5.354     
Doorbelastingen   -16.752  -16.860     
Salariskosten   16.267  18.430     
Sociale lasten   4.874  5.014     
Pensioenlasten   6.098  4.699     
Kosten uitbesteed werk   23.851  28.011     
Overige personeelskosten   4.525  4.484     
Reclamekosten   18.791  19.723     
Gereclassificeerd naar acquisitiekosten   -23.308  -22.399     
Overige kosten   278  395     
           
Totaal   73.915  78.475     

5.6 Andere baten en lasten

De andere baten betreft de teruggaaf van het pro rata gedeelte van de btw.

Andere lasten, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Afschrijving immateriële vaste activa   2.330  8.777     
Pensioenlasten inactieven   15  154     
Overige lasten   3.532  11.930     
           
Totaal   5.877  20.861     

De afschrijving op immateriële vaste activa is lager doordat in 2019 een impairment heeft plaatsgevonden op de overgenomen verzekeringsportefeuille van Lilas in België. De overige lasten zijn lager doordat in 2019 een extra afschrijving op de acquisitiekosten heeft plaatsgevonden.

5.7 Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

Vennootschapsbelasting, specificatie

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Verschuldigde vennootschapsbelasting verslagjaar   40.589  7.518     
Voorgaande jaren   -288  -707     
Acute vennootschapsbelasting   40.301  6.811     
           
Latente vennootschapbelasting   -24.803  109.580     
           
Totaal   15.498  116.391     

Het toepasselijke belastingtarief is gebaseerd op het nominale belastingtarief dat voor zowel Nederland als België 25% bedraagt.

Vennootschapsbelasting, toelichting

Bedragen x € 1.000

    2020  2019     
           
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen   -55.924  523.099     
Nominaal belastingpercentage   25% 25%    
           
Nominaal belastingbedrag   -13.981  130.775     
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren   -288  -707     
Fiscale afwijkingen   29.767  -13.677     
           
Totaal   15.498  116.391     

De effectieve belastingdruk wijkt af van het nominale tarief. Dit komt hoofdzakelijk doordat in Nederland de toekomstige tariefsverlagingen op de vennootschapsbelasting zijn teruggedraaid waardoor latente posities tegen een hoger tarief moeten worden opgenomen (extra last in 2020). In België zijn gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet fiscaal aftrekbaar en is de methode om de latente voorziening op de ongerealiseerde meerwaarde op de aandelen is aangepast (extra last in 2020). Afwijkingen van mindere omvang betreffen de deelnemingsvrijstelling en belastingen voorgaande jaren. Dit alles zorgt voor een negatief effectief belastingtarief over 2020 van 27,7% (2019: 22,3%).

5.8 Beloning directie en commissarissen

De bezoldiging van de directieleden kent een vaste en een variabele component. De directieleden ontvangen geen representatievergoeding noch aandelen of opties, echter de variabele beloning wordt voor 60% onvoorwaardelijk uitgekeerd en voor 40% voorwaardelijk. Beide delen worden volledig in contanten uitgekeerd. De retentieperiode voor het voorwaardelijke deel bedraagt drie jaar. De bezoldiging van directieleden in het boekjaar bedroeg aan vaste beloning € 523 (2019: € 510), aan uitgekeerde variabele beloning € 80 (2019: € 90) en aan bijdrage pensioenen € 102 (2019: € 82).

De bezoldiging van de commissarissen (van DELA Coöperatie U.A., DELA Holding N.V. en DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. gezamenlijk) in het boekjaar bedroeg € 234 (2019: € 279).

5.9 Accountantshonoraria

DELA Natura Groep maakt gebruik van de vrijstelling op grond van artikel 2:382a lid 3 BW waardoor zij de honoraria niet hoeft op te geven.

5.10 Gemiddeld aantal medewerkers

Gedurende 2020 had DELA Natura Groep gemiddeld 582 (2019: 573) werknemers in dienst, waarvan 107 in België (2019: 110) en 21 in Duitsland (2019: 15).

5.11 Claims

Bij of door DELA Natura Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.

Eindhoven, 7 mei 2021

DELA Natura- en levensverzekeringen N.V.

De directie

De raad van commissarissen

J.L.R. van Dijk RA J.W.T. van der Steen, voorzitter
   
   
drs. M.R. de Jong prof. dr. J.J.A. Leenaars RA, vicevoorzitter
   
   
Ir. J.A.M. van der Putten MMO drs. J.P. de Pender, secretaris
   
   
DELA Holding N.V. drs. W. A. P. J. Caderius van Veen RA
   
   
  mr. drs. G.H.C. de Méris RA FCA
   

Volgend hoofdstuk: 5 Enkelvoudige jaarrekening